‘Pionieren met 800.000 gulden’

STADSKANAAL/BORGER

De datum donderdag 28 juni staat rood omcirkeld in de agenda van orthopedisch chirurg Peter Middendorf van het Refaja ziekenhuis in Stadskanaal.

Paul Abrahams

Enkele dagen voor zijn 64ste verjaardag gaat de inwoner van Borger met pensioen.

"Ik heb een fantastische periode gehad in het Refaja", vertelt Middendorf in zijn werkkamer. "Maar na 28 jaar is het mooi geweest. Tijd om het stokje over te dragen. Mijn werkzaamheden worden overgenomen door Rob Rolink, die al een jaar meedraait in het Refaja."

De in Amstelveen geboren Middendorf heeft de opleiding tot orthopedisch chirurg gevolgd aan het AMC in Amsterdam. "Vervolgens heb ik twee jaar gewerkt in het ziekenhuis in Alkmaar. In de Telegraaf waren twee vacatures voor een orthopedisch chirurg in Oost-Groningen geplaatst: in Winschoten en in Stadskanaal.

Ik heb toen gekozen voor het Refaja waar naast de afdeling Cardiologie ook het licht op groen was gezet voor een afdeling Orthopedie. Het bleek achteraf een zeer goede keus. Tot die tijd werden de orthopedische operaties als onder meer knieën, heupen, voeten, en botbreuken uitgevoerd door de algemene chirurgen. Op 1 februari 1990 ben ik begonnen in het Refaja. Ik kreeg een budget van 800.000 gulden om de benodigde instrumenten aan te schaffen. Alle zogeheten instrumentennetten lagen uitgerold. We zijn een paar dagen bezig geweest om alles uit te zoeken en te bestellen. Het was echt pionieren."

Zijn eerste patiënt op het spreekuur in Stadskanaal gaat Middendorf nooit meer vergeten. "Dokter, ik heb last van mien vouten". En ook de eerste operatie staat nog op zijn netvlies gegrift. "Een ernstig ongeluk met de brommer, waarbij het bovenbeen van de bestuurder was verbrijzeld. Ik kon meteen laten zien wat ik in m'n mars had. En na mijn eerste kijkoperatie in de knie een dag later, stond de chirurg te knipperen met de ogen. Zo snel was de klus geklaard."

Middendorf kijkt met een goed gevoel terug op zijn loopbaan in het ziekenhuis in Stadskanaal. "Met elkaar hebben we een afdeling op poten gezet, die een goede naam heeft opgebouwd. Het was met name in de beginperiode buffelen. Dertig patiënten op het spreekuur was eerder regel dan uitzondering. Soms duurde het langer dan een jaar voordat je aan de beurt was voor een knie- of een heupoperatie. Gelukkig is het aantal orthopedisch chirurgen snel uitgebreid met Mario Urlus en later met Floris den Boer.

Maar ook vandaag de dag is het druk hoor. Op een dagdeel zitten nog steeds 23, 24 patiënten in mijn werkkamer. Desondanks probeer ik een mensen dokter te zijn. Goed luisteren naar de klachten van de patiënten is heel erg belangrijk. En het schema van geplande operaties zit altijd vol. En dan heb je het nog niet over onverwachte calamiteiten, waardoor het operatieschema noodgedwongen tussentijds moet worden aangepast."

"De techniek heeft bepaald niet stil gestaan", vervolgt Middendorf. "Wat dat betreft heeft het Refaja altijd voorop gelopen. We zijn met elkaar altijd bezig geweest met door ontwikkelen om patiënten zo snel mogelijk weer mobiel te krijgen. Het was heel normaal dat patiënten na een heupoperatie tien dagen of langer in het ziekenhuis werden opgenomen om te revalideren. Door nieuwe (ingewikkelde) operatietechnieken is het mogelijk dat patiënten nu al naar een dag weer naar huis kunnen."

Middendorf gaat de contacten met de medewerkers van het Refaja missen. Zeker weten. "Ik heb in al die jaren nooit in het restaurant gegeten", verklapt hij. "Ja, tijdens mijn sollicitatiegesprek met directeur Robert Buiter. "Ik heb - met mijn LEGO- trommel met brood en een appel in de hand - altijd lunchpauze gehouden op de eigen afdeling of bij collega's van afdelingen in de buurt. Een praatje maken, klaverjassen, dat soort dingen. Dat is het fijne van het Refaja. Het is een grote familie, je loopt heel gemakkelijk even bij elkaar binnen."

“Mijn werk werd daardoor ook wat makkelijker: secretaresses (die mijn agenda moeten bijhouden, want ik vergeet nog wel eens wat), de orthopedische consulenten, gipsverbandmeesters, röntgen, EHBO, fysiotherapie, verpleegafdeling en OK. Allemaal top.”

“Met de fusie naar de Treant Zorggroep is één en ander veranderd binnen de orthopedie. Van een groep van drie zijn we gegroeid naar een groep van elf orthopeden. Binnen deze groep is men gaan specialiseren. Enkele orthopeden die knieën doen, enkele die heupen doen enzovoort. De kwaliteit gaat hierdoor vooruit. Verder is het een jonge hechte en gezellige groep, die alles voor elkaar over heeft.”

Middendorf ziet een grote toekomst voor deze jonge groep en daardoor orthopedische zorg op hoog niveau. “En in het Refaja zal de orthopedie aanwezig blijven”, benadrukt hij.

“Tja, wat ga ik doen als ik gestopt ben? Eindelijk meer tijd voor tuinieren, sporten en reizen. Ik ga met mijn vrouw Annemieke vaker mee naar beurzen, waar zij dan staat met haar quiltwinkel (De Stofmeid). Lekker zelf de tijd indelen. En gezond blijven. Overigens ben ik nog twee jaar geregistreerd als orthopedisch chirurg. Wie weet hebben ze me af en toe nog ergens nodig.”

Handen schudden

De laatste werkdag is donderdag 28 juni. Een week eerder - donderdag 21 juni - vindt een bijeenkomst plaats in de Zwartsenbergzaal van het Refaja ziekenhuis. Van 16.00 tot 18.30 uur is dan gelegenheid om afscheid te nemen van Peter Middendorf. Met name zijn dan ook (oud) patiënten welkom.