Column Laura Mijnders | Showbusiness (2)

ZUIDBROEK - Een voor een worden de katten op tafels neergezet. Ongegeneerd tilt de keurmeester hun staarten op, werpt een blik op hun achterste, hun kop en hun poten. Ze mogen niet protesteren, anders kost het ze punten.

We zien eigenaren af en aan lopen met dieren, sommige eigenaren hebben een stuk of vijf katten meegebracht. De katten dienen tijdens het loopje naar de tafel, op een bepaalde manier aan de keurmeester gepresenteerd te worden; hun poten gestrekt, hun lijf uitgerekt als een trekharmonica. Ik sla een vijfde bakje koffie achterover. Het is nog maar tien uur, het voelt echter alsof we er al een hele dag op hebben zitten. Ik praat sinds we in de auto stapten al non-stop tegen mijn bazin, over niets en tegelijkertijd over alles. Ze lijkt het niet erg te vinden. De laatste tijd praat ik sowieso nogal veel. De dokter denkt dat ik in een manische periode zit, hoogde mijn medicatie op.

Zelf denk ik dat het aan alle stiltes ligt die ik probeer te overbruggen. Stilte betekent pijn. Vermoeidheid. Confrontatie.

Na een tijdje kondigt de persoon die de katten en de scores omroept, een pauze aan. Niemand lijkt naar haar te luisteren. Mokkend loopt ze voor de standhouders langs, haar vingers omklemmen de microfoon zo stevig dat haar knokkels wit zijn uitgeslagen. ,,Ha dames.’’ Een lange man in witte jas lijkt uit het niets voor ons standje te zijn opgedoken. Hij kijkt ons lachend aan. Rond zijn ogen bevinden zich talloze rimpels, er ongetwijfeld ingesleten door het vele lachen. ,,Wat hebben jullie hier voor moois?’’ Hij pakt wat spulletjes op, raakt ze aan, legt ze op de verkeerde plek weer terug. ,,Verkopen jullie al een beetje?’’ Hij pikt snel een marsepeinen muisje van het schaaltje dat we voor potentiele klanten hebben neergezet. Achter hem verschijnt een jongetje van een jaar of zes. Hij stopt hem het muisje toe. ,,Mijn zoon. Wordt dit weekend klaargestoomd voor het vak!’’ Beledigd schudt het kind zijn hoofd. ,,Nee hoor! Ik wil succesvol worden, net als opa en oma.’’ Zijn vader barst in lachen uit. ,,Duidelijk één van mij, net zo’n charmeur als zijn vader!’’ Gearmd lopen ze weg. Iets aan dat weglopen doet mij pijn. Ik wil dat ze blijven. Vertellen over hun leven. Iets zeggen.

Ik denk aan mijzelf op zesjarige leeftijd. Mijn ouders en ik liepen nooit gearmd. We hebben niets gemeen, behalve dan het zwijgen, dat inmiddels is uitgegroeid tot een enorme ruimte tussen ons in. Een ruimte die niemand meer durft te betreden. Misschien is dat wel waarom ik zoveel praat, bang om zelf een zwijger te worden, bang om woorden kwijt te raken. Ik kijk naar de katten in de kooien. Ook zij zwijgen, niet omdat ze willen, maar omdat ze niet anders kunnen. ,,Zullen met een uurtje vertrekken?’’, vraag ik mijn bazin. Ze knikt. Opluchting stroomt door mijn lijf. Laat mij dan een stem hebben. En laat ik hem gebruiken.