Wat de gek ervoor geeft: Duiken en (dood) bier

‘Wat de gek ervoor geeft' is een rubriek over eigenaardige items met een bijzonder verhaal. Van kringloopschatten tot zelfgemaakte pronkstukken en erfenissen: alles heeft een prijs maar ook zeker een geschiedenis! Vandaag in aflevering 21: Duiken en (dood) bier

Zoals je waarschijnlijk vermoedt wanneer je bij een bedrijf langsgaat dat onder andere inboedels afvoert, wemelt het bij Jan Kruizinga aan het Vonderpad in Westerbroek van spullen met verhalen. “Kijk, dit zijn bakstenen van een kerk in Zuidbroek uit de dertiende eeuw met de afdruk van een hondenpootje erin. Mooi, he: een oude houten wastang om heet wasgoed uit een ketel of tobbe te halen.” Jan loopt voor ons uit door schuren en loodsen en pakt links en rechts af en toe iets in handen en laat het dan zien.

Echt spectaculair wordt het zodra hij de deur opent van de voormalige kantine van zijn bedrijf, Kruizinga containerverhuur. Het lijkt alsof we een klein maritiem museum instappen. We tellen drie mannequins in duikpakken, zien her en der miniatuurbootjes, ingelijste foto’s van oude schepen, manometers uit stoomschepen, een trap uit een duikboot, veel patrijs-poorten en nog afschuwelijk meer metalen voorwerpen die ik niet kan thuisbrengen. Voor een extra zinnenprikkelende ervaring opent Jan een oud blik met daarin twee kreeftenschalen: „Ruik maar eens, zeelucht.”

Die zee, dat is al een eeuwigheid een grote liefde van Jan. Het enthousiasme voor duiken volgde later. “Wij gingen altijd vissen op zee en toen kwamen we 25 jaar terug een duiker tegen. ‘Kan ik een keer met jouw boot naar een scheepswrak?’ ‘Jawel!’ zei ik! Dat leek mij zelf ook wel wat. Dus ik heb een duikpak geleend van iemand hier in het dorp en ik ben achter hem aangezwommen.” Of dat niet heel spannend was, zonder ook maar een les te hebben gehad? “Nee, hij wist ja wel hoe het moest. ‘Je moet dat ding in de mond houden’, zei- ie, en wees het ademautoaat aan.”

Het is niet de laatste keer dat Jan het water ingaat op zoek naar schepen “die de kelder in zijn geschoten”. Inmiddels is hij aangesloten bij Stichting Noordzeewrakken en mag hij zichzelf maritiem archeoloog noemen. “We doen onderzoek naar scheepswrakken en gaan elk jaar op pad, in april weer.” Met de opgeknapte patrouilleboot van de Rijkspolitie uit 1937 trotseert wrakduikteam De Zeester met hun gelijknamige boot de golven en de zeebodem, “van Texel tot Denemarken.”

Jan pakt ondertussen de afstandsbediening en op een groot flatscreen verschijnen indrukwekkende video’s van hoge golven, duikers die de donkere diepte inspringen en vervolgens langs anemonen zwemmen die zich op oude scheepswrakken genesteld hebben.

Het levert altijd van alles op, die keer dat ze de MEWA15 vonden bijvoorbeeld, een oud bevoorradingsschip van de Duitsers. “Houten kratten vol bier, uit 1942! Daarvan hebben we door een Duitse brouwer weer nieuw bier laten brouwen.” En een paar jaar terug vond het tiental in een Engelse duikboot uit 1914 een paar fessen likeur die nog best te drinken was en heeft ook dat na laten maken. In Jans oude kantine komen dorstigen dus nog steeds aan hun trekken. “Als de jongens hier komen, dan drinken we ook altijd wat.”

Het is tijd om te gaan. Ik mag nog eens langs bij Jan voor andere, bijzondere items. Misschien kom ik dan op de fiets. Het blikje zeelucht mag wat mij betreft dichtblijven en een flesje drank wel open. Ik kan namelijk een stuk beter tegen de geur van dood bier dan de odeur van vergane zee.

 

Annegriet Renfurm-Wijchers

 

Heeft u ook iets bijzonders in huis of wellicht iets geks in de buurt gespot? Tip ons via hskrant@ndcmediagroep.nl of veendammer@ndcmediagroep.nl.