Column Laura van Meijeren - Dorp

ZUIDBROEK Ik loop van het haventje richting de grote brug. Er geen schip te bekennen vandaag. Er staan een paar jongens met een boxje waar keiharde trance uit schalt, langs de kant van het water stenen op het ijs te gooien. Het ijs breekt niet. Verder is het angstvallig rustig. Wanneer ik voet aan de overkant van de brug zet, begint het carillon direct met het pijnigen van mijn oren. Ik ben blij dat ik er niet naast woon. Elk uur van de dag vindt het ding het nodig om een deuntje af te spelen. Ik vraag me af of het de waarde van de huizen ernaast ook heeft doen dalen. Het is niet eens mooi. Het is een elektrisch ding dat er in de jaren ‘70 moet zijn neergekwakt als een esthetisch statement.

Ik loop via het carillon langs de enige kroeg die Zuidbroek nog rijk is. Het pand is niet meer in gebruik, het staat al jaren te koop. Mijn vorige buurvrouw heeft er nog een blauwe maandag gewerkt, maar na één zomer weer open te zijn geweest, sloot de kroeg opnieuw. Ik heb me laten vertellen dat er vroeger zes kroegen in het dorp waren. Het verwonderd me, wat maakt dat er hier niet één kroeg overeind weet te blijven terwijl de shoarmazaken als paddenstoelen uit de grond schieten? Wat is er hier immers verder nog te doen?

Het is ongeveer een jaar geleden dat ik voor het laatst met aandacht door deze straat liep. Niet alleen de huizen, maar ook in de huizen veranderd er veel. Zo blijkt dat Trijnie en Jan uit elkaar zijn. Het houten bordje voor de deur is verdwenen. Jan is hier blijven wonen. Ik heb gehoord dat Trijnie met een ander richting Brabant is vertrokken. Iets verderop woont een meneer die onlangs overleed aan de gevolgen van Corona. Ik zag zijn overlijdensadvertentie afgelopen week in de huiskrant staan. En dan het huis op de hoek. De eigenaren hebben metershoge stapels dakpannen en tegels opgestapeld achter hun huis. Echter hebben ze de verkoop van het huis schijnbaar opgegeven. Er wonen geen nieuwe mensen zo te zien, maar het verkoopbord is spoorloos uit de tuin verdwenen.

Ik ben inmiddels aangekomen bij de Aldi en twijfel over wat te doen. Loop ik richting van der Valk, waar ik ooit voor een smerige gehaktbal en wat slappe groenten 17 euro neertelde? Of richting Noordbroek? Ik besluit om nog een stukje richting Noordbroek te lopen. Er staan hier een aantal prachtige huizen, met dromerige veranda’s en statige gevels. Hoe verder richting Noordbroek, hoe mooier en groter. Toch besluit ik aan het eind van de Heiligelaan huiswaarts te keren.

In de verte ontwaar ik de kerktorens. Het schijnt dat er in de losstaande kerktorens regelmatig misdadigers in werden opgesloten.

Gelukkig voel ik me allerminst opgesloten. Het is het dorp waar ik mijzelf terugvond, waar ik trouwde en scheidde. Hier ben ik overal thuis.