Wat de gek ervoor geeft: Keverliefde roest niet

Wat de gek ervoor geeft’ is een rubriek over eigenaardige items uit Veendam en Midden-Groningen met een bijzonder verhaal. Van kringloopschatten tot zelfgemaakte pronkstukken, afdankertjes en erfenissen: alles heeft een prijs maar ook zeker een geschiedenis! Vandaag in aflevering 6: Keverliefde roest niet.

Borgercompagnie Sissing, een autobedrijf met banden, een benzinepomp en zelfs een buurtwinkeltje was vroeger een begrip in Borgercompagnie. „Daar woonden we tegenover en dat kende iedereen. Maar dat bedrijf is nu 25 jaar weg. En als we nu vertellen waar we wonen, zegt men: ‘Oh dat huis met die halve kever!”

Met Hendrikje Blokker – die met dit frisse weer inmiddels een fleecevest van de Luchtgekoelde VW Club Nederland heeft aangetrokken – staan we bij die halve kever. Dertig jaar geleden hadden Hendrikje en haar man een ‘winterauto’ nodig, „zo noemen we dat binnen onze club. Dan rijd je in de winter in een hele oude Kever en het maakt niet uit wat daarmee gebeurt.” Voor 100 gulden tikten ze Quasimodo, zoals ze het blikje liefkozend noemt, in Leek op de kop. „Hij kwam door de apk, maar daar was ook alles mee gezegd.”

Het stel rijdt er drie winters in en snijdt de auto in 1992 door midden en plaatst het op een stapeltje tegels tegen de garage.”Je kan alle kleuren nu zien: oorspronkelijk was-ie oranje, we hebben hem grijs gehad en heel vaak zwart. De eerste keer toen we hem zwart spoten, kwam er ook een randje op de muur.”

Niet alleen buiten voel je de oude keverliefde, een stap in de woonkamer en er springt een grote vitrinekast met een breedte van minimaal 2 meter in het oog, vol volkswagentjes van ijzer, plastic, wasco en zelfs nietjes. „De kinderen zijn eens begonnen met tellen en die bleven na een uur op de helft steken bij 200 stuks. Dus verdubbel dat aantal maar. En dan staat er boven ook nog van alles.”

De keverliefde die – in contrast tot Quasimodo – maar niet lijkt te roesten, is minstens 45 jaar geleden begonnen. Hendrikje en haar man rijden dan zelf al in een Kever en trouwen ook in eentje. „In 1982 kochten we weer een Kever en toen hoorden we dat er een club was van Kevers en daar zijn we lid van geworden. Ja, en toen was het hek van de dam...” Binnen een jaar koopt het duo er een oudere Kever uit ’65 bij, komt er een bus uit 1958, een Kever uit ’51 en een Kubel uit 1974. Stuk voor stuk luchtgekoelde volkswagens. „Ja, dat is belangrijk; dat het een luchtgekoelde volkswagen is. Daarna kreeg je watergekoelde auto’s en die vallen buiten de club.”

Jaarlijks organiseert de VW club twee landelijke bijeenkomsten, maar ook buiten Nederland worden door de leden reizen ondernomen: „We zijn met de club vaak in Oostenrijk geweest op de Großglockner, want daar test en testte de volkswagenfabriek hun nieuwste auto’s. En we zijn ook in Cuba geweest om daar in de volkswagenfabriek te kijken.”

Wat Hendrikje vindt van de grote hype rondom oude volkswagenbusjes op dit moment? „Dat busjes de laatste tijd heel hip zijn is leuk, maar het is ook wel jammer dat er zo’n hoofdprijs aan hangt. Kijk, als je zo’n bus ooit voor 500 gulden gekocht hebt en je verhuisde er in al die jaren van alles mee, dan is dat leuk. Maar als je nu bedenkt dat zo’n zelfde busje tienduizenden euro’s waard is, dan is het minder zorgeloos om er eindjes mee te rijden of het onbewaakt in de berm te laten staan.”

Die zorgen zijn een stuk minder om hun halve Kever tegen de muur. Een stuk schroot, noemt Hendrikje de voormalige winterauto nu. „De bumper en het spatbord zijn al helemaal weg door de loofbomen die er ondertussen doorgroeien.” Laat hem toch maar staan en ga die strijd aan, proberen we. Al was het alleen maar omdat het zo’n geliefd herkenningspunt is. Eentje die nu zelfs een naam heeft gekregen.

Annegriet renfurm-Wijchers

 


Gerelateerd nieuws