Laura van Meijeren - Ballen (column)

ZUIDBROEK Ik probeer weg te lopen zonder om te kijken. De assistente kijkt me aan. Ik overweeg haar een klap te verkopen. Gewoon, omdat ik haar ‘blije het komt wel goed’ blik op dit moment niet kan verdragen.

,,Gaat het?’’ Mijn vriendin heeft in de auto gewacht en kijkt me met opgetrokken wenkbrauwen aan. Mijn onderlip begint te trillen, mijn ogen worden vochtig. Ook haar blik kan ik niet verdragen. ,,Jezus, het is maar een ingreep, sinds wanneer ben ik zo sentimenteel? Wat is er met me gebeurd?’’ Mijn gedachten gaan plots uit naar die keer dat mijn broertje aan zijn piemeltje geopereerd moest worden. Hij was een jaar of vier toen de ingreep plaatsvond. Tijdens het plassen had hij vaak last en de dokter concludeerde dat dit door zijn voorhuidje kwam. Die moest er dus af, net als bij heel veel andere jongetjes gebeurde, zei de dokter. Mijn ouders vertelde mij hier heel open over. Als supergevoelig kind had ik wel door dat er iets aan de hand was. In dat opzicht verschillen de hond en ik niet veel van elkaar. Ze vertelden mij over mijn broertje en de operatie. Hij zou waarschijnlijk dezelfde dag nog naar huis mogen. Maar mijn vader zou me die dag voor een keertje van school afhalen, zodat mijn moeder bij mijn broertje in het ziekenhuis kon blijven. ,,Maak je geen zorgen, het komt allemaal goed.’’

Ik had van een klasgenootje gehoord hoe haar oma tijdens een operatie was overleden. Die hele dag stond ik doodsangsten uit. Mijn broertje was het kostbaarste mensje in mijn leven, alleen al de gedachte dat het niet goed zou kunnen gaan liet mijn ogen vollopen. Ik kon me die dag niet goed concentreren op school. Bleef maar op de klok kijken. De tijd kroop voort als een slak, je ziet amper dat hij vooruit komt, toch blijf je hopen dat hij ineens zal versnellen, verder zal zijn wanneer je de eerstvolgende keer weer naar hem kijkt.

Om half 4 stormde ik de klas uit, halverwege de gang rende ik recht mijn vaders armen in. ,,Is hij dood?’’, vroeg ik en ik moest vreselijk huilen. Mijn vader moest lachen en pakte me stevig vast. ,,Nee Li (zo noemde en noemt hij me altijd), alles is goed, hij ligt nu wakker te worden en iedereen is heel erg lief voor hem.’’

Dat gevoel van toen, ervaar ik nu opnieuw. Honden kunnen tijdens zo’n kleine ingreep wel degelijk overlijden. Tijdens de autorit terug reppen we er met geen woord over. Ik probeer wat huishouden te doen. De tijd is een slak. Om 2 uur in de middag kan ik eindelijk bellen. ,,Alles is goed met hem hoor, hij is net wakker en erg lief. Geeft geen kick.’’

Om 4 uur staan we opnieuw voor de kliniek. Mijn hondje, sip, sloom, maar blij me te zien, springt in mijn armen.

Ik vraag me af wat ze met al die losgemaakte ballen en voorhuidjes doen…

Door Laura van Meijeren