Laura van Meijeren - De kunst van het nietsdoen (column)

,,Wat ga je doen in de vakantie?’’ Wanneer ik vertel dat ik vakantie heb krijg ik deze vraag steeds weer naar mijn hoofd geslingerd. ,,Doen?’’ Ik trek mijn wenkbrauwen op. ,,Wat doen?’’ Verderop staat een buurman zijn camper te stofzuigen. Ik zit met mijn mobieltje in de tuin, een kop koffie in mijn linkerhand, de hond aan mijn voeten. Mijn mobieltje trilt non-stop. Vrienden en collega’s sturen foto’s vanuit Noorwegen en Duitsland…….Natuurlijk gun ik iedereen zijn vakantie. Maar het idee dat je iets zou moeten doen in je vakantie irriteert me. Het feit dat ik een keer ‘niets’ hoef is zeldzaam en daar wentel ik mij dankbaar in. Echter krijg ik langzamerhand het gevoel dat mensen in mijn omgeving juist bang zijn voor het ‘niets’. Vakantie moet je immers vieren, het moet een beleving zijn. Verhalen opleveren.

Echter is het coronavirus nog lang niet uitgeroeid. Ik heb mijn vakantie tot nu toe bewust thuis doorgebracht. Corona, hoax of niet, ik blijf liever thuis. Op mij komt alle waanzin tot nu toe levensecht over. Als astmapatiënt val ik bovendien in de risicogroep en kan ik, wanneer ik het virus krijg, doodziek worden. Met de nadruk op ‘dood’. Waarschijnlijk wordt het mijn dood. Het tast de longen, die bij mij al niet in opperbeste staat verkeren, behoorlijk aan.

Ondertussen reizen de mensen in mijn omgeving er gretig op los. De steden zijn gevuld met mensen die een dagje shoppen. Het grijpt me aan. Toen ik laatst een paar nieuwe onderbroeken in de stad moest kopen (ik ben heel kritisch als het om onderbroeken gaat), kon het kledingrek waaraan een bordje met ‘sale’ hing, maar nauwelijks door het winkelende publiek worden weerstaan. De winkelmedewerkers konden de drukte maar moeilijk handhaven. Een paar meiden van een jaar of zestien kwamen naast me staan, op slechts een paar centimeter afstand. Ook aan de andere kant was er iemand naast me komen staan. Even leek het alsof er niets aan de hand was. Geen corona. Geen maatregelen. Maar in werkelijkheid was ik omsingeld. Daar stond ik met een treurig stapeltje afgeprijsd ondergoed in mijn handen, ik had de winkel alleen maar in en uit willen wippen en nu zat ik gevangen. Ik voelde me schuldig. Ik was hier immers ook.

Een moment lang twijfelde ik wat te doen. Mijn instinct zei me keihard te gillen. Mijn verstand beval me de meiden aan te spreken. Met grote ogen keken ze me aan. Langzaam stapten ze aan de kant, verbaasd. Ik rende naar de kassa en nam schuldbewust de trein naar huis.

Niets doen. Kleine dingen. Ik probeer het al een tijdje uit. En ik kan u eerlijk zeggen, zo erg is het helemaal niet. Probeer het maar eens uit. Ga met de kinderen op ontdekkingstocht door de tuin. Ga op uw rug in het gras liggen en kijk naar de wonderlijke vormen die wolken aannemen. Uw kinderen hebben geen vakantie in het buitenland nodig. Ze hebben ú nodig.