Laura van Meijeren - Stiltewandeling

ZUIDBROEK Ik vond het maar een stom idee, zo’n stiltewandeling. Wat moet je in godsnaam een heel half uur zonder woorden met elkaar aan? Alleen al het idee maakte me ongemakkelijk.

Ons teamuitje die dag bestond uit het bezoeken van een zorgboerderij in één of ander gehuchtje in Groningen. De bedoeling was dat iedereen daar op de boerderij z’n gang kon en mocht gaan. Het verbindt en je leert elkaar beter kennen op een andere manier, had het echtpaar dat de zorgboerderij leidde gezegd. Je kon er van alles doen. Een beetje knutselen in de gemeenschappelijke ruimte, een ijsje eten, de stallen uitmesten, geitjes aaien of dus een stiltewandeling. Dat laatste was min of meer semi-verplicht. De bedoeling was dat je iemand zou kiezen om samen mee stil te zijn.

Het moment dat je moet kiezen of gekozen kunt worden, roept bij mij onmiddellijk verzet op. Acuut landt er een steen landt in mijn maag en ik durf mijn mond niet meer te openen, bang dat elk geluid dat ik maak er eentje teveel is. Op zo’n moment keer ik terug naar de gymzaal, waar ik als astmatisch klungelig kind, bijna nooit - of als laatste - gekozen werd.

Enfin, de collega die naast me stond, Klaas – een man met een flinke baard en een dikke, bijna perfect ronde buik -, en ik keken elkaar aan. Het was besloten. Als astmapatiënten onder elkaar (lees hetzelfde wandeltempo) wisten we elkaar zonder enige moeite te herkennen. We werden de hort op gestuurd met het verzoek ons mobieltje achter te laten. We moesten terugkomen wanneer we dachten te ‘voelen’ dat het half uur voorbij was. Gewapend met onze inhalatoren gingen Klaas en ik op pad. Alle duo’s probeerden een andere kant op te lopen, zodat we niet in één grote stiltefile zouden belanden.

Klaas en ik liepen het erf af, de dorpsweg op. Aan weerszijden van de weg stonden eindeloos veel bomen in bloei. Zonder wat te zeggen sjouwde ik achter Klaas aan. Of misschien besloten we alles wel samen, dat weet ik niet zo goed. De eerste minuten was het doodongemakkelijk, tenminste, zo ervoer ik het. Menig mens die mij een beetje kent weet dat een half uur stilte voor mij een onmogelijke opgave is. Woorden zijn mijn wapens. Mijn harnas.

Gek genoeg voelde ik na zo’n tien minuten – denk ik -, hoe ontspannen dit voelde. Klaas en ik wezen beurtelings naar dingen die ons opvielen. Een ree in de verte, een immens grote boom, een biddend valkje. En opeens was het er. Een warm en aangenaam gevoel in mijn buik.

Bij terugkomst vroeg het echtpaar hoe we het ervaren hadden. Ik moest wennen aan de woorden, had moeite met het doorbreken van de stilte. Ik keek Klaas aan en wist dat we hetzelfde dachten. ,,Verbonden’’, zei ik namens ons beide.

Ik heb Klaas nadat ik stopte met mijn baan nooit meer gezien, maar ik denk nog regelmatig aan hem. De stilte die we deelden is me dierbaar.