Laura Mijnders - Verzopen (2 - column)

ZUIDBROEK Ik sta tot aan mijn navel in het water. Mijn laarzen zakken weg en ik moeite doen om mijn voeten op te tillen en verder te kunnen lopen.

Paniekerig duw ik riet en andere rotzooi opzij. Goddank, verderop zie ik hoe de grote pup zijn enorme poten op de kant heeft gelegd. Hij piept alsof zijn leven ervan afhangt, maar ik heb andere prioriteiten…..Waar is die blinde? Verdomme, straks is hij verdronken! En dat is dan mijn schuld. Hoe moet ik dat in godsnaam aan Jeffrey vertellen? Ik zal me de rest van mijn leven schuldig voelen. De vriendschap zal kapot gaan.

Ik duw nog wat riet en gras opzij en hoor tot mijn pure vreugde ineens een hevig gesnurk. Ik moet goed kijken voor ik het kleine hondje ontwaar tussen alle troep. ,,DJ! Goddank, DJ!’’ De tranen rollen over mijn wangen, vermengen zich met angstzweet en slootwater. Ik til het arme beestjes uit het water, hij trilt van de schrik. Ik houd hem stevig tegen me aan. Door het water dat in zijn krullerige haar is getrokken, voelt hij een stuk zwaarder aan. Ik til eerst hem op de kant, hijs dan mijzelf uit de sloot. Het gaat met grote moeite, want ik zak steeds weer weg in de modder op de bodem van de sloot. Ik moet meerdere keren kracht zetten voor ik op de kant kan kruipen.

Dan wend ik me tot de grote pup. Ik schuifel op mijn billen naar hem toe en pak de hond bij zijn nekvel. Ik trek zo hard als ik kan, de pup spartelt tegen, krijst het uit van de schrik. ,,Kom op jongen! Kom op!’’ De pup probeert mee te helpen, tevergeefs. Na drie keer met brute kracht aan zijn nekvel getrokken te hebben, krijg ik hem op de kant. Onmiddellijk schudt hij zich uit. Kroos en modder vliegen alle kanten uit, ook recht in mijn gezicht. Maar het kan me niets schelen. Beide honden leven. Ik laat me achterover vallen op de kant. Sla een zucht en begin dan keihard te lachen.

Maar het duurt niet lang voor ik opeens een nieuwe plons hoor. Wel verdomme, de pup is er weer ingesprongen! Doodleuk zwemt hij een tijdje rond, totdat hij het zat is en er weer uit wil. Dat lukt natuurlijk niet. De andere honden kijken gelaten toe. Opnieuw trek ik uit alle macht aan het nekvel van de pup. Deze keer rent hij snel de wal op naar de andere honden.

De terugtocht is vreselijk. Mijn laarzen piepen van het water, het is in de voering en zolen gaan zitten. Mijn haar en gezicht zitten onder het kroos en zowel de honden als ik zijn zeiknat. De stank is ondragelijk. Wanneer ik de schuttingdeur naar de tuin van Jeffrey openduw komen de buurman en hij beide niet meer bij van het lachen. ,,Ik zei toch dat ze in de sloot zou belanden’’, zegt de buurman.

Ik ben helemaal klaar met deze dag.

Laura Mijnders