OM eist 5 jaar celstraf voor schietpartij op A7 (vanuit een rijdende auto)

Tegen de 24-jarige T. Z. is vijf jaar gevangenisstraf geëist wegens een poging tot doodslag. De man zou in januari dit jaar, ’s nachts, vanuit zijn auto, rijdend op de A7, hebben geschoten op twee inzittenden in een andere auto.

De inzittenden, de gebroeders B. uit Veendam, sloegen via 112-alarm: we worden beschoten. De auto is twee keer geraakt. De broers zeggen de schutter te hebben herkend: T. Z.

Aan de schietpartij gaat een incident bij de McDonald’s aan de Sontplein in Groningen vooraf. Het jongere broertje van verdachte Z. zou daar door de gebroeders B. zijn bedreigd. Als het jongere broertje wegrijdt, zetten de B.’s de achtervolging in.

Tankstation Dikke Linde

Het broertje belt T. Z. en vertelt wat er aan de hand is. Z. is dan elders in de stad en zegt dat hij eraan komt. Op de A7, ter hoogte van het tankstation Dikke Linde, zou het dan tot een confrontatie zijn gekomen.

Z. ontkent niet dat hij op de A7 met zijn auto naast die van de B.’s is gaan rijden en dat hij een handgebaar heeft gemaakt. Hij ontkent dat hij heeft geschoten.

Schotresten in de auto

Het Openbaar Ministerie baseert het bewijs onder meer op schotresten die in de auto en op een jas van T.Z. zijn aangetroffen. De schotresten zouden aantonen dat er is geschoten.

Z. zegt dat het niet zijn jas is (geleend) en dat hij die jas die avond en nacht ook niet droeg. De auto is bovendien een huurauto. Volgens advocaat Mathieu van Linde kan op grond van onderzoek niet worden gezegd dat de in de auto aangetroffen kogel in relatie staat tot de schotresten. Te vaag.

Een zekere reputatie

Van Linde stelt ook dat de gebroeders B. een zekere reputatie hebben en te boek staan als vuurwapengevaarlijk. ,,Ze zijn bekenden van de politie. Hun verklaringen zijn niet betrouwbaar.’’ Z. zegt dat hij al langere tijd in onmin leeft met de beide broers. Van Linde: ,,Niet uitgesloten kan worden dat de B.’s het schieten in scene hebben gezet. Dat ze dus op hun auto eigen auto hebben geschoten en hulzen op de snelweg hebben achtergelaten.’’

T. Z. zei in zijn laatste woord alle vertrouwen te hebben in de rechtspraak.

Het vonnis wordt op 17 december gewezen.