Column Laura Mijnders - Gemakzucht

ZUIDBROEK De transformatie is ongelooflijk. Is het anders zo rustige landgoed rondom kasteel Keukenhof doemen tientallen stands op. Eettentjes, kraampjes met sieraden, kleding, zwaarden en elfenbeeldjes maken het Middeleeuwse festival compleet.

In gezelschap van enkele andere collega’s, lopen we richting een van de houten stands. Het regent en af en toe kunnen we lichtflitsen in de hemel ontwaren. ,,Goed, hier brengen jullie je weekend door.’’ Mijn bazin en tevens voormalig collega, wijst met een triomfantelijk gebaar richting de bar. Op het barblad zijn acht koffiemolens vast geschroefd. Ik moet er een beetje om lachen. Mijn gedachten dwalen af naar de herinneringen aan mijn oma. Oma was een gedrongen klein vrouwtje met tafelkleden zo dik dat ze op tapijten leken. Als je oma in een rij zou positioneren met daarin tien op haar lijkende vrouwen, zou je haar kunnen herkennen aan haar afgekloven nagels en rauwe handen.

Afijn, op een dag had mijn vader een spiksplinternieuwe Senseo voor haar mee gebracht. ,,Om dat ding aan de muur te vervangen’’, had hij gezegd. ,,Ach jongen, die moderne rommel moet ik toch zeker niet hebben. Ik las onlangs nog in de krant dat het laagje schuim dat dat ding uitkotst bestaat uit puur varkensvet. Puur varkensvet!’’ Oma begreep niet zo goed waar die hang naar gemakzucht in haar familie toch vandaan kwam. ,,Als je meer geduld moet opbrengen om iets te voltooien, geniet je er ook meer van. Zo heb ik jullie toch zeker ook opgevoed?’’

Oma was naast boerin ook kaasmaakster. Als je haar om raad vroeg, kwam ze altijd met een metafoor over kaas aanzetten. Eens zei ze me toen het uit was met een vriendje: ,,Het leven is als een oude kaas, soms moet je jaren op een oude plank liggen te rijpen voordat men je werkelijk waardeert.’’

Soms vraag ik mij af of ik de kaasmaakster in mijzelf zou moeten aanwakkeren. Of alles waar ik mee bezig ben eigenlijk niet gewoon volstrekt zinloos is.

Die avond kan ik maar moeilijk in slaap vallen. Ik slaap sinds een jaar weer voor het eerst op een camping. Het is ijskoud in de tent. Tot overmaat van ramp moet ik hierdoor steeds plassen en door het geklungel met de rits van de tent schrikt het meisje waarmee ik de tent deel steeds boos wakker.

De volgende dag voel ik de spanning in mijn lichaam toenemen. Normaal gesproken sta ik achter de bar, waar het werken snel en het contact met de mensen kort is. Het malen van verse koffiebonen vraagt om tijd. Maar erger nog; om geduld. Om contact. Een uur eerder dan gepland loop ik richting de stand. Op de automatische piloot zet ik alles klaar. Zodra enkele mensen de verse bonen zien, haasten ze zich naar de bar. Bij het malen van hun eigen bonen zie ik hun gezichten oplichten. Geen ongeduldige blikken, maar lachende gezichten. ,,Zie je wel’’, zou oma zeggen. Ik heb haar nooit durven vertellen dat de Senseo inmiddels in mijn keuken staat.