Bitterkoekjes op zondag | Column Laura Mijnders

"Pak er nog maar eentje hoor." Pa schuift de schaal met koekjes dichterbij. Pa en ik zijn allebei lekkerbekken.

Op zondagen leven we onze zwaktes uit: oude kaas, bitterkoekjes en chocola. De gevolgen: een lichte neiging naar overgewicht. Pa leest de krant en ik maak een sudoku. Zo zijn onze zondagen. Een routine die zowel vertrouwd als beangstigend is geworden. Soms gaat pa ’s ochtends eerst naar de kerk. Sinds mijn twaalfde weiger ik om mee te gaan. Toen ik hem ooit zei dat ik niet geloof in bij voorbaat vergeving om zonden vragen, bleef het lang stil tussen ons. Ik voelde de teleurstelling in de lucht trillen. Een mengelmoes aan verontwaardiging en verbazing.

Pa laat de krant iets zakken zodat ik zijn ogen net kan zien. Het zijn oude, bezorgde ogen, die oplichten wanneer hij lacht om zijn eigen grappen. "De boeren hebben het tegenwoordig maar wat moeilijk", bromt hij. "De consument wil alles zo goedkoop mogelijk, maar weten ze wel hoe hard een boer moet werken om er ook maar één cent aan over te houden? En dan hebben we het nog niet eens over al die nieuwe milieuwetgeving. Over een paar jaar bestaan er geen boeren meer, geloof mij maar meisje."

Ik moet ineens denken aan die keer in groep vijf toen we een spreekbeurt hielden over wat onze ouders voor werk deden. Ik wist mijn god niet wat een ingenieur precies voor werk deed, dus zei ik maar dat mijn vader boer was. Mijn vader groeide weliswaar op als boerenzoon, maar sloeg bewust een andere weg in. Hij ging studeren, eerst aan de LTS en later aan de HTS. Er bleven nog twee broers over om het bedrijf over te nemen. Zijn jongste broer nam het bedrijf uiteindelijk over. Toch kan pa de boer in zichzelf niet weg maken. Een kriebelend verlangen drijft hem minstens vier keer per jaar naar zijn broer toe. Het land trekt. In mijn jeugd bezochten we mijn oom minstens eenmaal per maand om de kalfjes te bekijken en om in het hooi te ravotten. Mijn vader wilde dat we zagen waar al dat eten uit de supermarkt vandaan kwam. Uren kon ik naast de box met zo’n pasgeboren kalfje zitten. Er bestond niets mooiers. Toen ik in groep vijf tijdens mijn spreekbeurt aan mijn klasgenootjes vroeg of ze wisten waar melk eigenlijk vandaan kwam, antwoordden sommige van hen: uit de supermarkt. Toen ik dit aan pa vertelde sloeg hij zich voor zijn kop en mompelde iets over opvoeding.

"Wil je nog koffie?"’, vraagt pa. Hij is apetrots op zijn koffiebonenapparaat. De hele familie had ervoor gespaard zodat ze het tijdens de trouwdag van mijn vader en stiefmoeder cadeau aan hen konden doen. Pas een jaar na het overlijden van mijn stiefmoeder kon hij er weer echt van genieten. Hij schuift me glimlachend nog een bitterkoekje toe. Zo wil ik dat de zondagen blijven. Meer van hetzelfde. Laat dit dan mijn anker zijn (in een bitterharde wereld).