Column Laura Mijnders | Hulp (2)

ZUIDBROEK Er verschenen allemaal papieren door de gleuf in de voordeur. In het begin opende ze die papieren nog wel eens.

Maar na een tijdje vormden de papieren een grote bult en blokkeerden ze de deur. Die bult vond ik erg leuk. Sommige papieren roken heel interessant en ik deed dan ook erg mijn best om er niet op te knagen. Ik probeerde mevrouw mee naar buiten te krijgen, bracht haar mijn riem, blafte, trok aan de zoom van haar badjas maar sinds meneer was verdwenen gingen we niet meer naar het park. Er was niemand die mij nog stukjes gehaktbal toestopte. En ik wist niet wat ik fout had gedaan.

Op een dag stond mevrouw ineens op uit haar stoel en smeet haar theekopje door de kamer. De scherven spatte alle kanten op. Ik kroop eerst bang weg onder bank, maar toen bedacht ik mij dat ik niet zomaar een hond was, maar een ‘hulphond’ en dat ‘hulphonden’ mensen horen te helpen. Dat had mevrouw mij ooit verteld. Dus drukte ik mijn kop tegen haar benen aan. Ze keek mij lang aan, mompelde iets en liet zich toen tegen de muur aan naar beneden zakken. Mevrouw huilde niet, maar bleef daar lang zitten neuriën terwijl ze mij over mijn kop bleef aaien. Dat had ze nog nooit eerder gedaan. Na een tijdje stond ze op en zei ze: ‘We gaan het anders doen. Zo gaat het niet.’

Ik weet niet wat ze met anders bedoelde maar ik vond het goed. Ze leek wat opgewekter. Ze stopte alle papieren die door de gleuf waren gekomen in een vuilniszak en ik kreeg die avond zelfs een broodkorst toegeworpen.

Een week later zaten we hier. De man die ik wil bijten wipt met zijn voeten op en neer en stelt mevrouw allerlei vragen. Ik kan merken dat ze het vervelend vindt. ,,En toen bleven de rekeningen maar komen en mijn spaargeld was op. Ik durfde de post niet meer te openen. Ik had altijd alles op orde. En toen gebeurde dit. En nu voelt het alsof ik 100 ballen omhoog moet houden, maar ik heb er maar kracht voor 1.’’

Haar lijf beweegt schokkerig. Ik leg mijn kop op haar schoot.

,,Niemand kan het alleen’’ zegt de man. ,,Gezien uw situatie is het ontzettend begrijpelijk dat u maar kracht voor het omhooghouden van 1 bal heeft.’’ Ze snuit haar neus in een zakdoekje. Schuift dan een mapje met papieren naar hem toe. ,,Als u me kunt helpen, graag. Maar wat er ook gebeurt, de hond gaat niet weg. Als de hond weg moet, ga ik nu ook.’’

Wanneer we buiten staan ademt mevrouw diep in. Ze rommelt wat in haar jaszak en haalt er een broodje met pindakaas uit. ,,Omdat je mij altijd zo goed helpt.’’ Ik heb geen idee hoe ik haar zojuist geholpen heb maar ben blij. Mevrouw en ik helpen elkaar. Wij redden ons wel. Als het moet zelfs zonder meneer.