Column Laura Mijnders | Richtlijnen

ZUIDBROEK

,,Voor volgende week bereiden jullie een presentatie voor van één minuut. Het onderwerp is vrij. Het mag over je oma gaan, over oorlog, over je konijn, over de filosofie……wat jij wilt.’’ De docent kijkt lachend de klas in. Het blijft doodstil. Niemand lijkt te ademen, even lijken we niet te bestaan.

Verdomme, één minuut. Hoe maak je indruk in één minuut? Mokkend verlaat ik het lokaal. Ik voel mij klein en ongelukkig. Wanneer er geen richtlijnen worden gegeven, terwijl er wel verwachtingen bestaan, raak ik in paniek. Als kind had ik dat al. Wanneer mijn moeder mij zei dat ik zelf mocht kiezen was dit het ergste wat mij als kind kon overkomen. De keuzes overspoelden me en uiteindelijk belemmerde de eindeloze vertwijfeling mij om een knoop door te hakken. Ik wilde iedereen en alles tevreden stellen, dus besloot ik dat het het beste was als ik geen keuze zou maken. Tijdens de tien minuten gesprekken op school vertrouwde Juf Nelleke mijn moeder een keer toe dat het haar ook al was opgevallen dat ik moeite had met keuzes maken. ,,Maar maakt u zich vooral geen zorgen over haar. Ze is gewoon een beetje verlegen. Dat gaat wel weer over.’’

Pas later kwamen we tot de ontdekking dat het geen verlegenheid was, maar het leven zelf. Voor elke keuze die er is, denk ik een gevolg uit. En er eindigt hoe dan ook iemand teleurgesteld. Wanneer ik denk aan die presentatie van één minuut, voel ik de paniek letterlijk groeien. Juist keuzevrijheid kan een mens op den duur verstikken. Bij thuiskomst besluit ik meteen om de dosis antidepressiva op te hogen. Na vijftien jaar weet ik inmiddels dondersgoed wanneer het tijd is om het monster in mijn lijf de mond te snoeren.

Die nacht droom ik dat ik verdrink. Ik las ooit ergens dat mensen wanneer ze verdrinken, zelden geluid maken. Het is een stille aangelegenheid; er kan een paar meter verderop in het zwembad iemand verdrinken, zonder dat je er ook maar iets van hoeft te merken. In mijn droom is hetzelfde; ik steek niet eens mijn armen uit, ik laat mij gewoon meetrekken naar beneden. Geen protest, geen laatste schreeuw. Drijfnat van het zweet word ik wakker.

De volgende dag maak ik een lijstje met onderwerpen. Een voor een streep ik ze weg. Ik mail de docent of er echt geen restricties zijn, ik krijg geen antwoord terug. Ik wil de moed al bijna opgeven, wanneer ik terug denk aan mijn droom. Aan hoe levensecht het aanvoelde, aan de zwemlessen van vroeger, aan hoe gemakkelijk het desondanks is om te verdrinken. Ineens weet ik wat me te doen staat.

Ik heb de doos op zolder al gauw gevonden. Ik moet er eerst een flinke laag stof van afwrijven voordat ik kan lezen wat erop staat. Ik haal mijn diploma’s, flippers, duikbril en zwembandjes tevoorschijn.

Ik zal die hufters eens leren hoe ze blijven drijven.