Laatste rit Deel 1

Precies een jaar geleden zagen we elkaar voor het eerst ‘in het echt’. Ze kwam nooit veel buiten, het was uitzonderlijk dat ik haar aantrof voor de supermarkt. In een dorp bestaan meer mogelijkheden om elkaar te ontlopen dan je denkt. Ik bekeek haar. Haar spijkerbroek slobberde om haar billen, tussen haar vergeelde vingers hield ze een shagje. Ik herkende haar bijna niet zonder die afstand tussen ons in. Ze knikte, een korte beweging, nauwelijks waarneembaar, alvorens haar shagje richting het rooster in de grond te schieten. Het was een knikje tussen twee mensen die elkaar begrijpen. Maar wat begreep ik dan precies?

Al drie jaar lang had ik vanaf mijn fiets in het voorbijgang naar haar gezwaaid. Op een dag was een van ons er gewoon mee begonnen. Toevallig stond zij vaak uit het raam te turen net op de momenten waarop ik haar huis passeerde. Terwijl ik ongegeneerd naar binnen tuurde, bekeek zij mij. Lang en zonder een spier in haar gezicht te vertrekken. Met behulp van het zwaaien gaven we elkaar te kennen dat we geen kwaads in de zin hadden. Op den duur werd ook haar man deel van het ritueel. Ik betrapte mijzelf er op dat ik teleurgesteld raakte wanneer ze mij niet opmerkten of wanneer de gordijnen gesloten waren.

Een paar dagen na onze eerste ‘echte fysieke’ ontmoeting werd er ineens een bed de woonkamer ingerold. Het bed kwam voor het raam te staan, op de plek waar eerst de bank had gestaan. De ramen werden gezeemd door een jonge snuiter die ik nog nooit eerder bij het huis had gezien. Een zoon? Van hem? Hen samen? Naast haar kwam een nachtkastje te staan. Erop enkele boeken, enkele verkreukelde zakdoekjes, een pakje shag en een asbak. In haar neus verscheen een slangetje. Toen ik mijn man vertelde over het bed in de woonkamer zei hij; ,,Meestal betekent een bed in een kamer einde verhaal.’’

Ik besloot de aanblik van de situatie te negeren en te blijven zwaaien in het voorbijgaan. En ook zij negeerde de situatie. Hoeveel moeite het haar ook kostte, ze bleef haar arm omhoog heffen. Beide hadden we besloten dat het zo door moest gaan. Maar met elke rit zag ik haar armen zwakker worden. Stug hield ze vol.

Na een aantal weken besloot ik haar een kaart te schrijven. Haar ziekte hield aan, ik begon mij te realiseren dat het zwaaien binnenkort wel eens afgelopen kon zijn. Maar wat schrijf je in godsnaam op een kaartje aan iemand die dood gaat? Beterschap? Sterkte? Veel geluk? De hele dag twijfelde ik over wat ik moest schrijven. Ik drentelde door de kamer. Vroeg op een online forum om advies. In het donker, zodat ze me niet zou zien, sloop ik naar de voordeur toe. Ik duwde het kaartje door de gleuf in de deur.De brievenbus viel akelig hard dicht.