Liek achter de Badde

WILDERVANK

De zoon van een zichzelf benoemd herenboer draait de badde af voor een binnenvaartschip, de Jatrie uit Stadskanaal.

Als dank gooit de schipper een stuiver naar de boerenzoon. Omdat die het werk van een arbeider heeft gedaan, slaat de boer zijn zoon met de broeksriem.

De Groningse schrijver Harry Töben heeft het boek ‘Het liek achter de badde’ geschreven. Töben: “Wij maken een speelfilm van 90 minuten, een misdaadroman gebaseerd op mijn boek. Deze scènes moeten verbeelden dat het zich in Eerste Exloërmond van 1957 afspeelt. De monden lagen toen nog open en de bruggen lagen er nog. De Irenebrug in Wildervank is prachtig bewaard gebleven. Het is de enige locatie in Noord-Nederland waar we het konden vinden. De gemeente heeft geweldig goed meegewerkt”.

Jochem van der Grijspaarde is in de film Gerrit, de boerenzoon. Zijn vader wordt door Nico van der Wijk gespeeld. De herenboer is zoals gewoonlijk nukkig en mopperig. Hij vindt dat zijn zoon geen arbeiderswerk mag doen. De jongen wordt zo hard geslagen dat hij er een fors litteken aan overhoud, en krijgt een hekel aan zijn vader. Voor de herenboer gaat zich rond de badde nog meer drama afspelen. Zoals wanneer de mond gedempt wordt, de boer grond aan de gemeente schenkt onder de voorwaarde dat de badde op het land moet blijven liggen als een soort monument.

Om al deze scènes te kunnen draaien heeft Mammoet Kraanbedrijf onder het toeziend oog van de firma Luttjeboer de Irenebrug van haar plaats getakeld en tijdelijk op de wal gelegd. Daar speelt zich dan af dat er een lijk achter de brug wordt gedumpt: Liek achter de badde. ‘Liek’ kan ook ‘recht’ achter de badde worden gelezen. De gedraaide scènes komen aan het begin van de film, waar zo’n 30 acteurs aan meewerken.

Wethouder Bert Wierenga was aanwezig, evenals Louis Vrieze en Bert Smit van de Kompanjie. “De Irenebrug is eigendom van de gemeente en er zijn gesprekken geweest met de heer Töben. Er was alle vertrouwen in dat ze het goed gingen doen en we hebben het college geadviseerd”.

De film naar het boek van Harry Töben is een Gronings-Drents project en is bedoeld om de aandacht te vestigen voor de Nedersaksische streektalen. Uniek in de film is dat de Groningse boer Gronings praat tegen de Drentse wethouder die in het Drents de boer antwoord geeft. Dit is in een film nog niet eerder vertoond. Door de film gaan we de Nedersaksische talen, het Gronings en het Drents, bevorderen en er aandacht voor vragen. Er zit Drents in en verschillende varianten Gronings en Stellingwerfs.

“We gaan de hele provincie nog door. Ook gaan we naar Midwolda naar de museumboerderij Hermans Dijkstra voor het draaien van binnen en buiten scènes”.

De première vindt volgend jaar maart in Stadskanaal plaats. Daarna wordt de film in dorpshuizen en culturele centra in Drenthe en Groningen vertoond, waarna het te zien zal zijn in bioscopen, met Nederlandse ondertiteling. Voor Veendam en Wildervank wordt een exclusieve filmavond belegd.