Column Laura Mijnders | Invloed

,,De hele wereld gaat naar de klote. Alles is kut. Ik ook.’’ Enigszins aangeschoten zit ik de Drie Gezusters. Naast mij zitten een studiegenoot en haar vriend. We hebben straks nog een hoorcollege, maar het maakt mij geen zak uit. Ik wil hier alleen maar zitten en drinken. Ik weet niet waar deze openhartigheid ineens vandaan komt. Ik weet wel dat ik het vreselijk irritant vindt. Mijn teleurstelling ligt open en bloot op tafel, iedereen kan het zien. Mijn studiegenoot wisselt een korte blik met haar vriend. ,,Ik kan het uitleggen’’, vervolg ik mijn betoog.

,,Vorige week sprak ik na de les met de docent die de hoorcolleges digitale communicatie geeft. Hij zei exact hetzelfde als wat ik zei over de wereld, zij het wat genuanceerder. Ik dacht alleen dat we nog meer tijd hadden. Man. Het einde van de maatschappij zoals wij hem kennen, is al hier.’’ Mijn klasgenoot onderdrukt een lachbui. ,,Hij zei het echt hoor!’’ Ik neem een grote slok uit mijn glas. Mijn studiegenoot wenkt een ober. ,,Dit soort gesprekken vragen om iets sterkers’’, lacht ze. Even later komt de ober terug met een glas Jameson voor haar en een Sambuca voor hem. ,,Zo. Nou kunnen we op niveau praten. Brandt los.’’

,,Het zit zo. De wereld digitaliseert. Dat is noch goed, noch slecht. Waar ik bang voor ben, is hoe mensen ermee omgaan. Het is net als met geloof. Het is niet de digitalisering of het geloof an sich dat de wereld kapot maakt, het is hoe mensen kiezen om ermee om te gaan. Dat beangstigd me. Daar had ik het vorige week na de les ook met die docent over. En het enge aan dit alles vind ik; wanneer computers zo geprogrammeerd worden dat ze zichzelf tot in het oneindige verbeteren, verliezen we als mensen straks alle invloed, wellicht is er geen ruimte meer voor menselijkheid. Daarmee is een film als de Matrix, ineens helemaal niet zo onrealistisch meer. Maar het allerergste is nog wel; we kunnen er geen fuck aan doen. Het gebeurt gewoon.’’ Mijn studiegenoot knikt. Voordat ze spreekt neemt ze een slok van haar Jameson, waarbij ze de substantie kort in haar glas laat rondrollen. ,,Weetje, je kunt niet op alles invloed hebben. Je kunt niet in je eentje de wereld veranderen. Dat is wat we in dit leven te accepteren hebben. Niet iedereen is voorbestemd om een Martin Luther King, een Kennedy of een Nelson Mandela te zijn. Je moet kijken naar de invloed die je op je naaste omgeving hebt, op mij. Voor mij heb je ook al ontzettend veel betekend.’’

Mijn ogen worden vochtig. Ik zorg dat ze het niet ziet, draai mijn hoofd gauw van haar weg.

,,Je hebt gelijk, ik weet het. Het voelt soms alleen zo……machteloos. Alsof alles ons maar overkomt.’’

Even later staan we buiten. De frisse lucht doet mijn longen goed. Arm in arm strompelen we naar college. Ook al rot de hele wereld weg; wij hebben tenminste elkaar.