Column | Laura Mijnders

Aandachtsspanne

Ik schuif mijn laptop in mijn tas. In tegenstelling tot de meeste studenten sleep ik dagelijks een grote rugzak mee naar college. In het begin moesten mijn medestudenten er vreselijk om lachen. Inmiddels beseffen ze dat ik mijn halve huis in dat ding herberg en mede hierdoor op alle situaties voorbereid ben; sportschool, regen, existentiële crisis, een invasie van het één of ander. Ik ben mede om deze reden altijd de laatste die uit het lokaal vertrekt. Wanneer je zoveel met je meesleept, moet alles op een bepaalde manier gerangschikt worden. Het is alsof een deel van mijn persoonlijkheid zich in die rugzak bevindt; ondanks de zwaarte, heb ik alle elementen nodig om te kunnen functioneren. Waar anderen gehaast hun spullen in een schoudertas drukken, besloot ik om nooit meer haast te hebben. Wanneer je zoveel meedraagt, is snelheid sowieso een onbegonnen missie.

,,Jongens, kijk, ik heb een nieuw jasje. Gekocht bij de H&M.’’ In de hal stuit ik op een aantal medestudenten, ze blokkeren de doorgang. Een van hen draait een rondje, haar vrouwelijke toeschouwers knikken bewonderend. ,,Wat vindt je vriendje ervan?’’ ,,Hij heeft er nog niets van gezegd.’’ ,,O, nee? Jeetje, wat slecht!’’ De toeschouwers werpen het meisje een meelevende blik toe.

Een paar dagen geleden zag ik diezelfde medestudent tijdens college al op de H&M site surfen. En met haar vele anderen. Zowel mannen als vrouwen, het maakt geen enkel verschil. Beide zijn ze opzoek naar schoenen, jassen en broeken. Het is alsof hun aandachtsspanne de echte wereld niet langer dan vijftien minuten verdraagt. Ik weet dat mensen zich met moeite ergens twintig minuten op kunnen concentreren, maar het continu in verbinding staan met het internet, maakt het er niet gemakkelijker op. Werkelijke aandacht sterft langzaam uit.

Ik voel mij dan ook vaak eenzaam op de universiteit, een dolende ziel, terwijl ik toch echt dagelijks omringd wordt door duizenden mensen. Ik ken mijn medestudenten nauwelijks. Soms is er sprake van vluchtig contact. Maar buiten de lessen om hebben de meeste medestudenten het over foto’s op Instagram, over wie, wie volgt en zitten ze al append aan tafels tegenover elkaar. En niet alleen studenten; mijn neefje van vier weet beter hoe een tablet werkt dan ik. Op school leert hij zijn naam typen op de computer. Natuurlijk moeten we met de tijd mee. Maar ik zou willen dat ze op scholen, alle scholen, ook aandacht besteden aan essentiële vraagstukken zoals; hoe goed ken je de ander? Wat betekent echte aandacht? En hoe behoud je in een wereld die continu met alles en iedereen in verbinding staat, de verbinding met jezelf?

Terwijl ik over deze zaken sta na te denken komt er een docent naast mij staan. Ze lacht me bemoedigend toe, geeft mij een kneepje in mijn schouder. De rest van de dag blijf ik dat kneepje voelen. Die korte aanraking, de werkelijke betekenis van haar hand op mijn schouder. De zwaarte van de rugzak voel ik allang niet meer.