COLUMN Laura Mijnders | Tweede kans

ZUIDBROEK

Na een buurt vol statige huizen gepasseerd te hebben, komen we in een Zwolse versie van de Jordaan terecht. Een vrouw van middelbare leeftijd doet de deur open. ,,Sorry dat we wat later zijn’’, zeg ik. ,,We zijn helemaal verkeerd gelopen.’’

De vrouw lacht een gouden tand bloot. ,,Geeft niets, kom binnen!’’ We wurmen ons een weg door de overvolle gang, naar de woonkamer toe. Het huis staat vol met allerlei beelden, hamsterkooien, aquaria en andere prullaria. Ik ben doodsbang iets om te stoten, alhoewel de vrouw des huizes mij bijzonder vriendelijk lijkt. In de woonkamer komt ons een hond tegemoet. Hij snuffelt wat aan onze handen, likt aan de enkel van mijn collega. We nemen plaats op een leren hoekbank. Drie katten snuffelen nieuwsgierig aan onze tassen.

De vrouw stelt ons voor aan haar dochter, degene die ons geschreven heeft. Sinds ik werkzaam ben voor een kattenmagazine, ontmoet ik de meest fantastische mensen. Nooit eerder genoot ik zo van mijn werk. Het dertien jarige meisje stelt zich voor als Sanne. Ze is dun, - op het magere af - en heeft prachtig weelderig bruin haar, tot aan haar billen. Ze reikt ons een slap handje, toch weet ik intuïtief dat onder deze gestalte, een zeer krachtige persoonlijkheid schuilt.

,,Zullen we beginnen?’’ Sanne knikt verlegen. Ze neemt de kat in kwestie op schoot, houdt hem voor haar borst, als een soort schild. De kat probeert zich aan haar greep te ontworstelen. Meteen valt op dat de kat zich vreemd beweegt, bijna alsof hij dronken is. Wankelend en wijdbeens loopt hij rond, zijn ogen scheel in zijn kop. Ik kan het antwoord wel raden, toch vraag ik Sanne wat juist deze kat zo bijzonder maakt.

Ze vertelt dat ze een krantenwijk loopt en dat de mensen die de kat in huis hadden, hem wilde verdrinken. Omdat hij ‘niet helemaal in orde is’. ,,Hij verstopte zich hele dagen onder de kast, was bang en at amper. Hij is de enige uit het nestje dat levend ter wereld is gekomen. Toen ik het verhaal aan mijn moeder vertelde, zijn we dezelfde dag nog bij de mensen langs geweest. Hij ging die avond nog met ons mee naar huis. Lucky, zo hebben we hem genoemd.’’

Ondertussen komt er een kleine man met een vrolijk gezicht binnen gewandeld. ,,Mijn stiefvader’’, zegt het meisje. De man stelt zich voor en slaat trots een arm om de schouders van zijn dochter. ,,Ze heeft jullie geschreven omdat haar boodschap is dat elk levend wezen een kans verdiend. Lucky kan inmiddels meer dan we ooit hadden kunnen dromen.’’ Alsof de kat het begrijpt en de bewering van de man kracht bij wil zetten, miauwt hij luid alvorens een aanloopje te nemen en op de tafel te springen.

Ik denk aan mijn naderende studietijd. Aan mijn eigen nest. Aan hoe ook ik nu een wankelend aanloopje neem naar een tweede kans. Het kan. Al is het scheel, miauwend en wijdbeens.