Vertrouwen

Vertrouwen

We hebben ons met z’n viertjes in de bedrijfsauto gepropt. Het is vanaf Groningen nog een rit van zo’n vijfendertig minuten naar de opvang. Mijn maag rommelt, ik heb van de zenuwen niet kunnen ontbijten. Hoewel het vandaag warm is, heeft de lucht een onheilspellende kleur. Aan weerskanten van de weg zien we prachtige vrijstaande boerderijen opdoemen. Een gelukzalig gevoel overvalt mij.

Terwijl we de auto parkeren zwaait de deur van het gebouw open. Een vrouw met lang blond haar, komt op ons afgelopen. ,,Welkom! Laten we voordat ik jullie van alles ga laten zien, eerst gaan zitten.’’ Ze wijst naar een enorme picknicktafel voor het gebouw. De geur van de verblijven dringen mijn neus binnen. ,,Koffie?’’ Even later komt ze met een aantal dampende mokken aangelopen. ,,Ik zal jullie eerst het één en ander vertellen voordat we aan de rondleiding beginnen.’’

Ze vertelt ons over de omgang met de grote katachtigen die hier verblijven, dat het allemaal draait om vertrouwen en het belangrijk is dat we rustig langs de verblijven lopen. Opeens voel ik dat we bekeken worden. In één van de verblijven die we vanaf hier net kunnen zien, ontwaar ik twee paar ogen. Ze houden ons nauwlettend in de gaten. De locatiemanager ziet dat ik afgeleid raak. ,,Daar zitten de twee welpen die we hebben gered. Ze komen van een illegale fokkerij in Bulgarije.’’ Een van de welpen geeuwt. Zelfs vanaf hier zie ik hoe groot haar bek is vergeleken bij mijn huiskatten.

,,Je moet je altijd realiseren dat het hier om wilde dieren gaat, ook al groeiden ze op in gevangenschap. De meeste dieren hier zijn afkomstig uit het circus en de entertainment industrie. Hoe langer ik naar de welpen kijk, hoe meer ik mij ervoor schaam een mens te zijn.

,,Kom, laten we een rondje maken.’’

De locatiemanager staat op. We lopen door het hek dat tot de verblijven leidt. De welpen protesteren. Zodra ze ons het hek zien doorgaan, verstoppen ze zich.

In één van de verblijven verderop ontwaren we twee Bengaalse tijgers. De manager begroet de dieren alsof het oude bekenden van haar zijn. Waar één van de tijgers ons vanaf een hoger gelegen plekje wantrouwend bespiedt, komt de ander vol vertrouwen op ons afgelopen. De tijger schurkt zijn lichaam tegen het hek en maakt proestende geluidjes. Alhoewel ik geen doodswens koester, moet ik mij uit alle macht bedwingen om toch niet mijn hand uit te steken, om even zijn kop aan te raken, mijn hand door zijn glinsterende vacht te laten gaan. Terwijl we vanaf de andere kant van het hek in de betoverende ogen van de tijger staren, moet ik denken aan het asielzoekerscentrum waar mijn moeder jarenlang werkte. Aan hoe de mensen in die opvang, ondanks alle trauma’s en de smerigheid die ze zagen, een rotsvast vertrouwen bleven houden in hun medemens.

Datzelfde zag dit dier. En datzelfde vertrouwen, dienen wij te koesteren.