Reünie

Ze herkennen de oude communist onmiddellijk. Hij moet op zijn beurt wat langer nadenken. Hij knijpt zijn ogen erbij samen en noemt dan ineens, alsof het hem zelf ook volkomen verrast, een voor- en achternaam. Negen van de tien keer weet hij ook nog precies te vertellen waar deze of gene heeft gewoond. Er zijn ongetwijfeld mensen die in de schaduwen van het geheugen verdwijnen. Ik kan de communist er niet op betrappen.

Wanneer de oude communist mij voorstelt, zie ik een enkeling verwonderd kijken. Is het zijn dochter? Een minnares? Een achternichtje? Desalniettemin zijn ze alleraardigst. De meeste mensen vragen mij op de man af hoe wij ons tot elkaar verhouden. De communist lacht. ,,Dat vind ik het mooie aan Groningers, ze draaien er niet omheen’’, zegt hij.

We worden door de borg naar het terras begeleid. De tafels zijn gedekt met kraakheldere lakens en prachtig servies. Bij het zien van het hele tafereel, herinner ik mij ineens de wijze raad van mijn moeder.

Zij vertelde mij op een dag dat toen ze mijn vader ontmoette, hij geen enkel idee had van etiquette. Nu wil het geval dat mijn vader op een dag door het bedrijf waar hij werkte, was uitgenodigd voor een etentje. Hij zou met allerlei hoge omes aan tafel zitten en was volledig in paniek. Mijn moeder lachte altijd wanneer ze mij dit verhaal vertelde. ,,Je moet niet vergeten, jullie vader kwam van een boerderij, waar het normaal was om na het eten je bord af te likken zodat daarna de vla erin gegoten kon worden. Maar mocht je ooit voor de situatie komen te staan, het is altijd van buiten naar binnen.’’

Dat van buiten naar binnen lijkt de communist echter niet te deren. Geen gedoe met vorkjes of messen. Hij eet zo uit het vuistje. Terwijl ik probeer om niet te morsen, bekijk ik de mensen aan tafel eens goed. Ze zijn allemaal zo tegen de zeventig. Echter zit geen van hen in een rolstoel. Geen van hen klaagt over hoe vroeger alles beter was. Ze dragen moderne kleding en tonen elkaar foto’s van hun kleinkinderen op smartphones.

,,Heb jij laatst dat programma op de NPO nog gezien?’’, vraagt een van de klasgenoten plotseling aan de oude communist. ,,Welnee, ik heb geen televisie.’’ De man in kwestie schrikt zo van het antwoord, dat hij moeite moet doen om het slokje bier dat hij zojuist nam, binnen te houden. ,,Heb jij geen televisie?’’, koeren zijn vrouw en hij nu in koor. ,,Ach nee, waar gaan al die programma’s nu werkelijk over? Ik lees liever een boek.’’

Er is veel waarvan ik onder de indruk ben, maar die laatste opmerking van de oude communist raakt mij tot in de kern. Ik besef mij ineens dat het, wil je gelukkig ouder worden, er vooral om draait dat je de massa durft te verlaten. Om vervolgens verder te leven naar nog slechts één maatstaaf, je eigen.