Reünie (1)

ZUIDBROEK ,,Het is vijfenvijftig jaar geleden dat we aan de MULO afstudeerden. Kun je dat geloven? Vijfenvijftig jaar!’’

De oude communist wijst naar een papieren afdruk van een schoolfoto uit die tijd. De foto is gemaakt aan de Duitse kust. Een twintigtal jong volwassenen poseert tegen een rotswand. Nieuwsgierig gris ik het papiertje uit zijn handen. ,,Waar sta jij eigenlijk?’’

,,Wat denk je?’’

Ik bekijk de schoolfoto. Ik zie een aantal jongens met blonde haren nonchalant tegen een rotsblok leunen. Er omheen poseren verschillende vrouwen. Ze dragen rokken of broeken, hebben kort haar of juist extreem lang haar. In het midden van de groep staat een jongen met pikzwart haar en donkere, laaghangende wenkbrauwen. In tegenstelling tot de anderen op de foto draagt hij een witte blouse met daar overheen een zwart colbertje. Als ik niet beter wist zou ik zweren dat hij uit een ander tijdperk stamt en geheel per ongeluk deze foto is binnen gewandeld.

,,Die’’, zeg ik onmiddellijk. De communist ontbloot zijn tanden. ,,Dat is juist. Ach, waar blijft de tijd?’’

Hij slaat een hand voor zijn mond. Ik reik hem het papier met daarop de foto aan. Hij vouwt het zorgvuldig in vieren, alsof het een geheime schat betreft waarvan alleen wij de waarde kennen. In hartje Leek stappen we uit. ,,Hé? Ik ben hier zes jaar geleden nog geweest, maar dit stond er toen nog niet. En dit! En dit appartement complex is ook nieuw!’’ Hij wijst naar een reusachtig gebouw recht voor ons. De windvlaag doet zijn halflange haar alle kanten uitstaan. Ik onderdruk de neiging het glad te strijken. We wandelen op slakkentempo verder. Zodra de wind gaat liggen is het ineens bloedheet. Het zweet parelt op onze voorhoofden. De communist blijft om de paar meter stilstaan om iets aan te wijzen of iets te vertellen. Ik werp vlug een blik op mijn horloge. Als we in dit tempo doorgaan komen we nog te laat. Maar ach, sentiment, ik begrijp het wel.

De oude communist toont mij zijn voormalige werkplek; drukkerij en uitgeverij Bronsema. Met iets van ontzag blijven we even voor het gebouw staan. Nadat de drukkerij failliet ging heeft het zo te zien een aantal jaren leeg gestaan. De communist grijpt kort naar mijn schouder, laat zijn hand daar rusten. ,,Ik voel mij een bekende onbekende hier.’’ Ik knik begrijpend. Maar sommige dingen kun je pas echt begrijpen wanneer je een bepaalde leeftijd hebt bereikt.

,,Kom, we moeten langzamerhand ook die kant op.’’ De communist laat zijn hand in slow motion van mijn schouder glijden, bijna alsof hij ontwaakt uit een diepe slaap.

Bij de poort die toegang tot landgoed Nienoord verschaft, blijven we staan. Ook hier heeft de oude communist jarenlang rondgelopen, rondleidingen gegeven, kennis opgedaan, discussies gevoerd…..Het is alsof ik toegang krijg tot een voor mij onzichtbaar deel in zijn leven. Na een snelle foto, lopen we de poort door. We worden verwacht.