Zevenentwintig (1)

ZUIDBROEK

,,Zevenentwintig is de leeftijd waarop je voor het eerst begint met terugkijken.”

De oude communist zit in een stoel tegenover mij, zijn benen over elkaar geslapen, zijn blik dwaalt onrustig door de kamer. ,,Wanneer je veertien of twintig bent, blik je vooruit, naar de toekomst. Maar zodra je zevenentwintig bent, kun je toch al op een goede tien jaar terugblikken.” De communist schuift zijn stoel wat naar voren, laat zich dan weer met een zucht achterover vallen.

Ik luister graag naar hem. Waar ik normaal gesproken nogal praatziek kan zijn, zijn dit de momenten waarop ik mijn eigen stilte het beste verdragen kan. Nooit betrad de communist een universiteit of een HBO instelling. Alles wat hij weet, leerde hij uit boeken, waar het huis van barst, en van het leven zelf.

Terwijl de oude communist alweer een ander gespreksonderwerp aansnijdt, hebben de overpeinzingen over leeftijd zich als weerhaken in mijn hersenen vastgezet. Ineens denk ik terug aan een gesprek dat ikafgelopen week met een collega voerde. We zaten aan een tafeltje bij het water. Ik vroeg mij hardop af hoe ik ineens op deze leeftijd was aangekomen, zevenentwintig, ogenschijnlijk volwassen. Dit terwijl ik in mijn hoofd nog steeds zestien ben; ik maak regelmatig nog even onhandige keuzes als toen, alhoewel mijn lijf bijzonder goed met de tijd mee evolueert. Ik vertrouwde mijn collega toe het liefste de tijd te willen stoppen, omdat het mij vaak te snel gaat, sneller dan mijn hoofd het kan bijbenen. Ik ging wat dichter naar mijn collega toe zitten, de gedachten buitelden over elkaar heen en het voelde alsof ik elk moment die akelige gracht in kon rollen, zonder dat ik een trappetje zag waardoor ik weer aan wal zou kunnen komen. Mijn collega moest een beetje lachen, alsof hij wilde zeggen:’Maakje je nu al druk over zulke zaken?’

Maar ik meende wat ik zei. Ik weet oprecht niet hoe ik hier nu ineens ben aanbeland. Ik snap nog steeds niet precies wat het nu is dat volwassenen doen. Mijn beeld van een volwassene correspondeert niet methet beeld dat ik van mijzelf heb. Ik heb de dingen verre van voor elkaar. En wanneer ik ziek of verdrietig ben, verlang ik nog altijd het meeste naar mijn ouders.

Toch kan ik niet zeggen dat ik ontevreden ben over mijn eigen leven. Wanneer ik moeders en vaders hierin de straat op maandagmorgen verhitte discussies zie voeren met hun kinderen, zie hoe ze zich haasten om het hele gezin in een auto te krijgen, schenk ik, heel content met mijzelf, nog een kop koffie in. Als dit is wat het betekent om volwassen te zijn, is het niet iets voor mij. Misschien heeft de communist inderdaad gelijk. En voel je op een bepaalde leeftijd de behoefte om dingen op de juiste plek terug in de tijd te zetten, zodat ze een betekenis krijgen.