Column Laura Mijnders | Utrecht Deel 2

Onze gids reikt ons een zaklamp en een oortje aan. ,,Jullie mogen nu zelf op onderzoek uit. In de zaklamp zit een zendertje verborgen. Zodra het zendertje in contact komt met de zendertjes die hier in de ondergrondse ruimte zijn verstopt, wordt er wat over de vondsten die je hebt ontdekt, vertelt.’’ Al gauw tettert er een donkere mannenstem in mijn oor. Het geluid staat zo hard dat ik niet kan horen wat de mannenstem nu eigenlijk vertelt.

Mijn gedachten blijven steken bij de valwind die een groot deel van de Dom verwoestte. Hoewel het denken in straf, schaamte en schuld mij naïef voorkomen heb ik lange tijd gedacht dat mijn depressies een straf van god waren. En wanneer je een last ben geworden, leert het geloof dat daar consequenties aan verbonden zijn.

Het begon met de volwassenen die zeiden dat ik op school te verlegen was. Bovendien weigerde ik op vierjarige leeftijd nog steeds om de rits van mijn jas zelf dicht te doen. Dat was een reden tot zorg. Ik was dus zowel te verlegen als rebels. Mijn leven werd volledig beheerst door een woord van slechts twee letters. Dat veranderde toen ik begon te merken dat het woord ‘te’ alleen de betekenis draagt die omstanders eraan geven. Dat maakt het nog niet tot de waarheid.

Hoewel ik redelijk snel dacht te zijn, zie ik ineens dat wij de laatste twee mensen in de ruimte zijn. De rest staat bij de trapopgang al op ons te wachten. Een Engels stel probeert onze gids een muntstuk in de handen te drukken. ,,Nee, nee, dat hoeft niet!’’, protesteert ze.

,,We hebben nog een uur, wat zullen we doen?’’ We duiken een eetcafé op het Domplein in. Het ruikt er naar schraal bier en het personeel oogt gehaast. Zwijgend eten we onze broodjes. Op die van mij zitten een paar plakken kaas, een paar blaadjes sla en een ei. Ik kijk op de bon. Zeven euro voor een broodje. Ik vloek inwendig.

Na een kwartier lopen komen we in een soort kerkje terecht. Hoewel het gebouw van buiten gedateerd oogt, is het binnen bevreemdend licht en modern. Ik speur naar bekenden, vul mijn zakken bij de koffiekannen met chocoladekoekjes.

Van de lezing zelf krijg ik alleen het laatste gedeelte mee. Het gaat over psychoses. De spreker vertelt over zijn eigen ervaringen. Na afloop vraagt iemand aan de spreker of hij denkt dat zijn psychoses ook een functie hebben gehad.

De drang om overal een betekenis achter te zoeken, ze irriteert me. Soms zijn de dingen gewoon zoals ze zijn. Wat dat betreft zijn we misschien allemaal wel eens zoals de Dom. Eens in de tijd storten we in met behulp van een valwind. En ook wij laten de brokstukken eerst verjaren op een plein. Niet om ze weg te gooien of om ze tentoon te stellen, maar zodat we er uiteindelijk iets nieuws, iets anders mee kunnen gaan bouwen.