Column Laura Mijnders | Staking

Op het station is het akelig stil. Er staan amper fietsen in de rekken, er is geen brommer te bekennen. Op het perron ondanks de stilte, een handjevol mensen. Ik herken het gemopper al op afstand. Onmiddellijk begrijp ik wat er aan de hand is. ,,Fucking staking.’’ Een meisje van een jaar of negentien met een sigaret in haar hand staat luid vloekend te telefoneren. Het speeksel spat van haar lippen. ,,Ze denken ook nooit eens aan anderen. Er bestaan ook mensen die geen geld hebben voor een auto.’’

Als het iets is dat ik de afgelopen jaren heb geleerd, is dat je je het beste aan dit soort situaties kunt overgeven. Het is zoals het is. Terwijl ik op mijn gemakje richting huis slenter, zoek ik op mijn mobieltje informatie over de staking op. Al gauw kom ik een artikel tegen waarin iets geschreven staat over amper plaspauzes, een oplopende werkdruk en een karig salaris. Ik denk aan al die keren dat ik in de trein zat en de conducteurs getreiterd of uitgescholden werden. Aan dat er - sinds een maand of twee - in het boemeltreintje tussen Groningen en Winschoten, beveiligers met de conducteurs meelopen. Aan hoe het treinpersoneel met de komst van het mobieltje, amper nog recht in de ogen gekeken wordt. Aan hoe de treinkaartjesknipper overbodig werd. Het menselijke aspect steeds onbelangrijker.

Het personeel van Arriva doet er nu iets aan. Zij verenigen zich. Bundelen de krachten.

Het doet mij denken aan mijn eigen baan. Aan de reden dat ik afscheid neem. Ook ik word door het beleid binnen de zorg gedwongen om steeds harder te lopen, waardoor het laatste restje menselijkheid – de reden dat ik dit werk ooit ben gaan doen – steeds meer in het geding komt.

Op de één of andere manier worden er bij het bedrijf waar ik werkzaam ben nog geen vuisten op tafel geslagen. Ja, we zeggen het met woorden, we vergaderen of schrijven een brief. Maar we stoppen niet. Wij buffelen door. Omdat we hart voor de zaak hebben. Omdat het om mensen gaat. Maar wellicht sluimert er nog een andere reden op de achtergrond. Zijn we bang om datgene wat we bezitten, kwijt te raken. En dat is ook het vreemde aan mensen; hoe meer zij bezitten, hoe meer ze kwijt kunnen raken, hoe groter de angst. Dus werken we door.

Maar soms is doorwerken niet langer toereikend. Zijn woorden dat ook niet meer. En het personeel van Arriva beseft dat. Zij voegen de daad bij het woord. En doen dat bovendien samen. Het getuigd van lef. Laat ons zien dat we elkaar hard nodig hebben om een punt te maken.

Voor mij wordt het in ieder geval een dagje thuis werken. Met af en toe mijn kop in de zon. En wie deze staking zo kan zien, hoeft van andermans lef helemaal geen last te hebben.