Column Laura Mijnders | Panfluit

Veendam

Aarzelend loop ik de ruimte binnen. De yogamatjes zijn zo naast elkaar gelegd dat ze een halve kring vormen. Er klinkt zachte panfluitmuziek op de achtergrond. Ik onderdruk een lachbui. De panfluitmuziek doet mij onmiddellijk denken aan de Hema in Assen. Jarenlang speelde er een groep Indianen naast de ingang van de Hema. Althans, Indianen, ze verschenen steevast in klederdracht die je aan Indianen doet denken, dus noemde iedereen ze op den duur: ‘de Indianen voor de Hema’.

Twee uit het groepje speelden panfluit, één speelde gitaar, een ander speelde dwarsfluit, er was iemand met een tamboerijn en er dansten er twee op de muziek. Ondertussen probeerde een stel schattige Indianenkinderen je de nieuwste cd’s aan te smeren. Toeristen kochten nog wel eens een cd, maar de meeste Assenaren waren de muziek na één cd of twee bezoekjes aan de Hema al gauw zat. De handel moet ook slecht hebben gelopen - of de vergunning voor straatmuzikanten moet zijn ingetrokken - want op een dag waren ze verdwenen. Opeens was er massa’s aandacht voor de Indianen. Iets missen is iets wat zich abrupt aan je opdringt, maar je net zo snel weer ontglipt. Na een paar maanden waren de Indianen vergeten, het was alsof ze nooit hadden bestaan.

Ik vraag de yogadocente of ik mijn sokken aan mag laten of uit moet doen. ,,Uit’’, zegt ze met een glimlach. ,,Anders heb je niet genoeg grip.’’ Ik schaam mij op voorhand al. Voor de pluisjes die de sokken achter lieten tussen mijn tenen, voor de dag die aan mijn voetzolen kleeft, voor mijn eeltige hakken en de geur van mijn zweet. Ik geef de drie mannen die zich al hebben geïnstalleerd vluchtig een hand. Meteen vergeet ik hun namen.

Tijdens de eerste pose ben ik nog enigszins trots. Ik ben vrij lenig en druk mijn voet zo in de vreemde vorm die de yogadocente van mijn verlangt. De poses daarna leer ik dat schaamte topvormen aan kan nemen. Het zweet druppelt langs mijn slapen terwijl ik sta te puffen alsof ik aan het bevallen ben. Gelukkig hoor ik dat ook de mannen het moeilijk hebben. ,,We gaan nog even een paar Warrior poses doen’,’ zegt de docente. Ik zie haar gespierde armen, voel hoe mijn trillende bovenbenen mij de baas dreigen te worden. ,,Nog even doorzetten, kom op!’’ Ik ben opgelucht wanneer ik zie hoe ook de eerste zweetdruppels zich op haar voorhoofd vormen.

Het is pas tijdens de ontspanningsoefening dat ik iets wonderbaarlijks opmerk. Voor het eerst vandaag heb ik nergens aan gedacht. Mijn schouders voelen ontspannen en de bonkende hoofdpijn die ik normaal ervaar is weggetrokken. Ik vraag mij af of dit is hoe een mens hoort te zijn. Niet verdrinkend in de waan van de dag, maar dobberend in het nu.

Plots denk ik weer aan de Indianen en of ze nog muziek maken. Misschien zou ik na deze yogacursus, panfluit moeten leren spelen.


Auteur

Redacteur