Laura Mijnders | Catfulness

ZUIDBROEK

,,Ik denk erover om een kat te adopteren.’’

Verbaasd keek ik naar mijn moeder. ,,Meen je dat nou?’’

Mijn broer, mijn zusje en ik groeide op zonder dieren. Tot in den treure hebben we lopen zeuren en smeken. Een konijn, een hond, een kat. Het was ons om het even. Maar een combinatie van astma en smetvrees zorgde ervoor dat het al bijzonder was wanneer we andere zoogdieren van onze leeftijd mee naar huis mochten nemen.

Met grote ogen keek ik mijn moeder aan.

,,Ik heb al een optie op hem. Het is een Siamees en hij heet Simon. Ik ga zaterdag naar het asiel om te kijken of het klikt. Wil je mee?’’

Die zaterdag reden we met z’n drieën naar een asiel in Leeuwarden. We hadden onszelf - ik, mijn moeder, mijn broer en mijn zusje - in de krappe Fiat Panda van mijn broer gepropt. De rit er naartoe bleek nog een hele opgave, niemand van ons is kleiner dan 1 meter 80.

Bij de balie van het asiel vroegen we naar Simon. Een gezette vrouw met helblauwe ogen ging ons voor naar de kamer waar Simon verbleef. ,,Een Siamees zien we niet vaak, er wordt veel naar hem gevraagd. U heeft geluk, u reageerde als eerste.’’ Terwijl mijn moeder zich op Simon stortte, ging mijn aandacht voornamelijk uit naar de kamer ernaast. Daar, bovenop de kattenboom, lag een langharig exemplaar. Een diepzwarte vacht met bruine scharkeringen. Iets te korte poten. Een hooghartige kop. Terwijl ze zich uitrekte, keek ze mij een poosje aan. Ik dacht eraan hoe het er voor haar uit moest zien; een rare vrouw die door het raam naar het leven daarbinnen staat te gluren. Wie van de twee is nu werkelijk de gevangene?

We stonden elkaar al een tijdje aan te staren toen de baliemedewerkster ons betrapte en vroeg: ,,Wil je haar anders even aaien?’’

Ik knikte. De vrouw duwde de deur open. ,,Neem je tijd.’’ De zwarte kat bewoog, snuffelde aarzelend aan mijn hand. Ik aaide haar een tijdje. Toen de vrouw terugkwam, tilde ik haar voorzichtig op. Ze sloeg haar poten om mijn nek, liet haar wang op mijn schouders rusten.

,,Nou ja zeg, dat doet ze anders nooit!’’ Verkooptrucje of niet, het beest begon te spinnen. Ik plukte zachtjes aan de klitten in haar vacht.

Mijn moeder stond al bij de balie. Er bovenop het reismandje met daarin een luid protesterende Simon. ,,Eh, mam? Is er ruimte voor nog een reiziger?’’

Mijn moeder zuchtte nog eens diep alvorens ze toegaf. Na al die jaren had ik dan eindelijk gewonnen. De rit naar huis was er één om nooit te vergeten. Mijn moeder zat met Simon op de passagiersstoel voorin. Ik hield het reismandje met Catherine stevig tegen mijn borst geklemd. Mijn broer zat zowat met zijn neus op het stuur. De rotondes namen we nooit eerder zo langzaam. Eenmaal terug in mijn eigen huis sliepen Catherine en ik een gat in de dag. En ik dacht; het leven kan verrekte simpel zijn.


Auteur

Redacteur