Laura Mijnders | Rijk

ZUIDBROEK

Ik betreed een industrieterrein. Geen idee waar ik nu weer terecht gekomen ben. Zenuwachtig stoei ik met een app van Google Maps op mijn telefoon. Wie ooit bedacht dat mensen meerdere dingen tegelijk zouden moeten kunnen, snapt niet hoe autisme werkt.

Gelukkig word ik al gauw verlost uit mijn lijden. Voor mij doemt een enorme, grijzige loods op. Aan de zijkant van de loods staan een tiental fietsen geparkeerd onder een provisorische overkapping. Een smal grindpad leidt naar de achterzijde van het gebouw. Een vluchtroute. Snel naar binnen en weer naar buiten. Ik voel mij triest en tegelijkertijd opgewonden.

Het duurt even voordat de voordeur opengaat. Men heeft hier een sleutel of belt aan, anders gaat de deur niet open. De vrouw die mij verwelkomt is een hartelijke vrouw, ietwat klein van stuk. Ze heeft een sprekend, rond gezicht. De diepe groeven erin verraden vele zorgen.

We nemen een trap naar boven. De bovenverdieping bestaat uit verschillende kantoren. Het doet mij denken aan een import- export bedrijf, wat het in zekere zin natuurlijk ook is.

,,Wat wil je drinken? Ik heb koffie, thee of water.’’

,,Doe maar koffie’’, zeg ik.

,,Kon je het vinden?’’

,,Moeilijk te missen met een vork als logo”, zeg ik. ,,Wat is het hier groot.’’

,,Ik kan je straks een rondleiding geven als je wilt.’’

,,Graag.’’

We nippen van onze koffie, ondertussen stel ik haar vragen. Ik ben oprecht nieuwsgierig naar wie er voor mij zit. Halverwege komt haar collega binnen waaien. ,,Sorry dat ik wat later ben. Zijn jullie al begonnen?’’ Ik knik. Ondertussen neemt de bewondering voor de kracht van deze vrouw toe. Ze vertelt hoe ze een half jaar geleden zich nog niet had kunnen voorstellen dat ze weer een studie op zou pakken. ,,Ik zit al jaren in bijstand, soms lijkt de situatie uitzichtloos. Soms maakt het je dankbaarder, soms maakt het je juist extra hebberig. Het is vreemd, maar je gedrag kan uiteindelijk zo onbegrijpelijk worden voor de mensen om je heen.’’ Ik begrijp zo goed wat ze bedoelt.

Na het interview lopen we naar beneden. We komen in de loods terecht die ik zag toen ik hierheen liep. Potjes met wortels, pakken chocomelk, paaseieren, mais in blik. Een deuropening leidt naar een soort mini-supermarktje toe. De laatste mensen grijpen in de schappen. Kaas, eieren, brood. ,,Hier hebben we de wachtruimte. Mensen kunnen vanaf kwart over negen naar binnen. Vervolgens trekken ze een nummertje en kunnen ze wanneer het hun beurt is, met een vrijwilliger naar binnen.’’

,,Er komen hier echt allerlei soorten mensen. Van ZZP’ers tot alleenstaande moeders, van mensen met psychische problemen of een verslaving, tot mensen met schulden.’’ Ik kijk mijn ogen uit. Een gedrongen vrouw, of is het een man, zegt iedereen vriendelijk gedag. Dit zijn de gezichten van mensen die echt weinig te besteden hebben. En ondanks mijn problemen besef ik ineens pijnlijk hard hoe rijk ik verdomme ben.


Auteur

Redacteur