Laura Mijnders - Vriendschap (2)

ZUIDBROEK

Ik herinner mij dat ik ergens thuis nog een foto van ons tweeën moet hebben. We zitten op een grasveldje voor het huis waar ik opgroeide, zij in een rood T-shirt en ik in een geel T-shirt, de armen om elkaars schouders geslagen. We zijn sneller groot geworden dan ik kan bevatten. Het voelt alsof ik op een dag ineens als zeventwintigjarige wakker ben geworden. Ik heb de route naar deze leeftijd grotendeels afgelegd zonder dat ik weet hoe ik er gekomen ben.

Een paar jaar geleden ben ik naar het huis waar ik opgroeide teruggekeerd. Mijn vader woont er nog steeds. Ik ken alle deuken en kan je precies aanwijzen waar het onkruid opkomt. Terwijl ik door dat huis wandelde voelde ik mij vreemd, alles was in mijn herinnering zo groot geweest. Het voelde nu aan als mijn huis, maar dan in kabouterversie.

Ik bestel nog een rode wijn en een glas water. Zij besteld een Ginger Ale. Ik ratel aan één stuk door. Af en toe zie ik haar ogen vochtig worden. Het voelt zowel prettig als ongemakkelijk. Herkenning komt bijna altijd in golfjes. Er zijn golven van blijdschap, pijn en verdriet. Soms dreigen ze je te overspoelen. Maar in de kern van bijna alle wezens schuilt een sluimerend optimisme. De drang om te leven. Je te verbinden met jezelf. Met jouw eigen verhaal.

,,Hoe laat is het eigenlijk?’’, vraag ik.

,,Kwart over zes.’’

,,Jemig, dan moeten we ook die kant op.’’

Terwijl ik mij naar het toilet toe haast, zie ik nog net hoe ze haar portemonnee uit haar zak vist en richting de bar loopt. De lieverd!

Buiten gaat ons uitademen over in wolkjes. Ik voel de kou amper. We benen stevig richting de pizzeria waar ik heb gereserveerd.

,,Weet je waar ik pas echt een trauma van heb opgelopen?’’, vraag ik.

,,Nou?’’

,,De prei van jouw moeder. Gaargekookt tot moes. Dankzij jouw moeder heb ik tien jaar geen prei kunnen eten. Tot ik ontdekte dat je het ook kunt wokken…..’’ Ze barst in lachen uit.

,,Ja, ze was niet de beste kok. Ik was altijd blij wanneer ik bij jou mocht eten. Bij jou kregen we tenminste sausjes over de groenten. En jus. Alleen dat eeuwige uit de bijbel lezen…...Dat was jammer. Ik dacht altijd; ‘dat gaat vanzelf een keer over’.’’

,,Smerige heiden die je bent!’’

Ze lacht. Even vang ik een glimp op van het kind dat in haar schuilt. Ik geef kort een kneepje in haar hand. Op zulke dagen denk ik soms dat ik echt gelukkig ben. Er is iemand die mij kent. Mij echt kent.

Van het opgroeien in een gezin tot de delen ertussen, maar godzijdank vooral van het leven erna. Ergens was ik wellicht bang om alleen te zijn in mijn verhaal. Moest ik vandaag horen dat ik niets verzonnen heb, zodat ik mij kan richten op dat waar het in het leven werkelijk om draait; het maken van nieuwe herinneringen.


Auteur

Redacteur