Laura Mijnders | Kloof

ZUIDBROEK

,,Ja, ehh we hebben een fout gemaakt. Maar we moeten het verschuldigde bedrag wel van uw uitkering invorderen. Het gaat hier om gemeenschapsgeld. En het is ook niet helemaal onze fout, u had ehhh....zelf in uw overzicht kunnen zien dat we de afgelopen twee maanden teveel aan u uitbetaald hebben.”

Iets in mij breekt. Opnieuw. Voor het derde jaar op rij bellen ze mij eind december met deze mededeling. De stem aan de andere kant spreekt onverminderd door, erop gebrand haar mededeling zo snel mogelijk af te leveren. Mijn handen beven. Ik haal diep adem voor ik reageer op deze stem, de stem waarvoor ik slechts een nummer ben. Het zoveelste mispunt in deze maatschappij.

,,U bent de expert. U bent hiervoor opgeleid. Ik vertrouw erop dat jullie je werk goed doen, ik heb geen verstand van loonstrookjes en uitbetalingen. Ik werk gewoon. Ik doe er alles aan om niet in de bijstand te zitten, lever altijd alles netjes aan. Ik ben een simpel mens. Betaal mijn rekeningen. Hoe moet ik verdomme nu mijn huur betalen?”

Ik voel mijn hoofd rood worden, mijn nagels naar mijn handpalm klauwen. ,,Dat begrijp ik. Onze excuses hiervoor, maar we moeten het wel deze maand allemaal verrekenen.”

,,En is het niet mogelijk om het over meerdere maanden te verspreiden?”

,,Nee, sorry.”

Ik voel mij als de muis die nietsvermoedend een stuk kaas wilde pakken omdat zijn maag zo knorde. En ineens is er die klap, die onvermijdelijke val, die zijn tere lijfje met het grootste gemak in tweeën splijt. Ik stel mij voor hoe de stem aan de andere kant eruit ziet. Of het een dame is met een kort pittig kapsel die hier stiekem van geniet. Of juist een verlegen meisje dat er nooit bewust voor heeft gekozen als ongeluksbode in een organisatie te fungeren. Eigenlijk wil ik haar door de telefoon trekken. Ik wil iets kapot maken, iets in de fik steken. Ik wil zoals Boeddha zijn en geloven dat dit uiteindelijk allemaal naar een hoger pad toe leidt. In plaats daarvan voelt het alsof ik een stomp in mijn buik heb gehad. Alsof er nog eens met de vinger wordt gewezen: ‘Het is jouw eigen schuld wanneer je niet in deze maatschappij past’.

Ik denk aan buurvrouw en buurman, die gisteren om een plukje shag en wat koffie kwamen bedelen. Aan het gezin met drie kinderen verderop. Aan de chronisch zieke buurvrouw. Hen overkwam hetzelfde. En hoewel het bijzonder pijnlijk is, spartelt dat muisje in die val nog een beetje. Met een gekneusd ego en een gebrokenmiddenrif, kruipt hij uit de val om dat verdomde stukje kaas met zijn soortgenoten te delen. Hij vindt wel een weg.

Ja, er bestaat zoiets als een armoedeval. Soms voelt het als vechten tegen de bierkaai. Maar het maakt ook nederig. Wij muizen redden ons wel. Delen onze kazen, leven van de kruimels. Heffen het glas op alle onrecht.


Auteur

Redacteur