Laura Dijkstra | Huisgenoot

ZUIDBROEK

Ik kan mij niet herinneren ooit zo zenuwachtig te zijn geweest. De tijd kruipt tergend langzaam voorbij en ik kan niet stoppen met klokkijken. Alle mensen die mij enigszins van het wachten verlossen, ben ik dan ook echt dankbaar. Ik luister naar hun worstelingen, weeg hun woorden af, neem elke minimale verandering in hun houdingen waar. En echt; de wereld lijkt vandaag toleranter, misschien wel lichter dan gisteren.

De bron van mijn zenuwen? Vanavond krijgen we een nieuwe huisgenoot. Het is het kleinste hondje dat ik ooit zag. Ik kan mijn ogen niet van hem af houden, pak steeds mijn telefoon erbij. Ik laat al mijn collega´s zijn foto zien, - een beetje als zo’n oudere vrouw die aan willekeurige vreemden bij kassa’s foto’s van haar kleinkinderen laat zien - ook al interesseert het ze eigenlijk niet. Het voelt een beetje als verliefd zijn. Iedereen kent dat fantastische euforische gevoel. Maar zodra die verliefdheid een naaste overvalt, is het verschrikkelijk irritant. Als luisteraar heb je in alle gesprekken ineens een aanhoudend enthousiasme te verdragen. Het is wat mij betreft gemakkelijker om empathie op te brengen voor andermans problemen.

Ik moet toegeven, ik knijp hem ook wel een beetje. Enerzijds hunker ik naar verantwoordelijkheid, maar tegelijkertijd ben ik er ook verschrikkelijk bang voor.

Voordat ik zes jaar geleden fulltime in therapie ging had ik ook een hondje. Toen ik ziek werd en opgenomen moest worden, ging het echter niet langer. Ik kon de hond niet geven wat hij nodig had en werd gedwongen om een nieuw huisje voor hem te zoeken. Het was één van de moeilijkste periodes uit mijn leven. Het erkennen dat je niet kunt geven wat een ander nodig heeft, - zeker een dier - is het tegenovergestelde van die gevoelens van verliefdheid; het voelt als falen. Bovendien; als je een hond al niet kunt geven wat hij nodig heeft, hoe zorg je dan in godsnaam voor jezelf? Het ongeloof en de schuldgevoelens hebben mij jaren achtervolgt.

Wat zou ik dat meisje van amper negentien vandaag de dag graag willen omhelzen. Haar willen vertellen hoe goed het nu met ons gaat. Dat we getrouwd zijn, - meedoen aan het hele huisje, boompje, beestje gedoe -, een vast contract hebben, steun en liefde kunnen ervaren. Wat zou ik haar graag vertellen dat erkennen niet gelijk staat aan falen, maar aan acceptatie en groei.

Ik zou haar op het hart willen drukken dat we niet bang hoeven te zijn, omdat de toekomst zich toch wel aandient, of we het er nu mee eens zijn of niet.

Ik weet echter niet of mijn negentienjarige zelf mij zou geloven. Ook die fases van ongeloof en totale ontreddering horen er blijkbaar bij, om tenslotte op dit punt aan te komen, een punt van overwinning en verdraagzaamheid. Een punt waarop een nieuwe kans zich aandient; van samen nog een keer.


Auteur

Redacteur