‘Wildervank is eraan gewend’

VEENDAM

iddenin de grote kamer staan 2 rieten stoeltjes waarin Lars, ook Ngawang Jinpa genoemd, zich in de schoenmakerszit neervlijt. Als ik er naar kijk schieten m’n knieën al haast uit de kom.

Zit je een beetje lekker zo?

,,Ja hoor, ik ben er inmiddels aan gewend om zo te zitten. Door deze houding laat je je energie beter stromen waardoor je je geest beter kunt aansturen.”

Oo, dus. En waar wil je je geest naartoe sturen?

,,Uiteindelijk naar het boeddha-schap. Boeddha is een staat van geest die je kunt bereiken door het verwerven van goed karma en zuiveren van negatief karma.”

Beetje vaag!

,,Het is ook best moeilijk dit kort uit te leggen. Maar hoe langer je ermee bezig bent, hoe logischer het allemaal wordt. Het boeddhisme gaat uit van reïncarnatie en er zijn 6 bestaanssferen: goden, halfgoden, mensen, dieren, hongerige geesten en hellewezens. Wij zijn natuurlijk mensen en we kunnen, door goede dingen te doen en te denken, positief karma verzamelen waarmee we in ons volgende leven een stapje verder kunnen komen. Anderzijds kun je natuurlijk, door je te misdragen, negatief karma verzamelen en in het volgende bestaan een stap achteruit doen.”

Criminelen worden ratten en monniken worden halfgoden?

,,Dat kan, ja. Je kunt ook reïncarneren als mens en een nieuwe kans krijgen om positief karma te verzamelen.”

Hoort er ook een boek en een god bij?

,,Nee, het boeddhisme is geen religie maar een levensovertuiging. Dalai Lama zegt dat we super- atheïsten zijn omdat we niet uitgaan van een schepper, maar van de wetenschap van de geest.”

Waar zijn de tempels dan voor?

,,Die zijn vooral niet bedoeld om boeddha’s mee te plezieren. Dat hebben ze niet nodig. Tempels zijn er om een ieder de kans te geven te praten en leren over het boeddhisme. Om ons eraan te herinneren wat we kunnen worden en om goed karma te kunnen creëren.”

Hoe ben jij aan het proberen het boeddha-schap te bereiken?

,,Ik nodig vaak leraren uit om ons te onderwijzen. Ik luister naar ze en denk goed na over de conclusies van die lessen en uiteindelijk probeer ik deze conclusies te integreren in mijn bestaan, zodat ik het in mijn hart toepas en het niet een droge theorie blijft. Alle lessen gaan, kortgezegd, over liefde en mededogen: de wens dat de ander gelukkig is en bevrijd van het lijden.”

En je eigen geluk en lijden?

,,Boeddha betekent ‘hij die bevrijd is van alle negativiteit’. Dat, en het helpen van andere levende wezens, levert vreugde op voor de boeddhist en dat is genoeg.”

Hoe lang ben je hier al mee bezig?

,, Al zo’n 10 jaar. In die tijd had ik net een meditatiecursus gevolgd en waren de rellen in Tibet aan de orde. Ik zag op tv de monniken door het beeld rennen en voelde een soort herkenning. Nadat ik me er een beetje in verdiept had ging ik naar een soort onderwijsweekend, waar ik Geshe Sonam Gyaltsen ontmoette. Hij is leraar en heeft me enorm geïnspireerd. Ik was meteen onder de indruk van wat deze man vertelde over het boeddhisme en ik herkende mijn eigen gedachten, gevoelens en

gedragingen er in.”

En nu ben je monnik. Wat doe je zoal overdag?

,,Ik luister naar lessen, lees de teksten met de commentaren, denk erover na en ga de conclusies toepassen. Ik mediteer en doe veel gebeden, ook op verzoek . Verder vul ik boeddha-beelden. Ik maak mantra-rolletjes. Dat zijn papiertjes met een Sanskriet-term erop. Die rol ik op en pak ze in met een stukje stof. Die plaats ik weer in de boeddha-beelden. Ik ga ook regelmatig in retraite. Dat is een periode van afzondering waarin ik nadenk over de lessen.”

Zit je wel eens stiekem andere dingen te doen?

,,Nou, dat probeer ik te voorkomen. Ik ben niet aan het nadenken over bijvoorbeeld de boodschappen want ik wil de lessen integreren in mijn leven omdat die geluk en ontwikkeling brengen. Ik word soms wel afgeleid door geluiden van buiten, maar dat is maar kort en weinig storend.”

Mag je als monnik ook genieten van oppervlakkige zaken?

,,Jazeker! Ontspanning is belangrijk, stress is gevaarlijk. Monniken mogen ook genieten. Het is wel zo dat ik bij alles wat ik doe nadenk over of hetgeen ik doe ook toepasbaar is in het boeddhisme.”

Wat doe je zoal ter ontspanning?

,,Netflix! Nee hoor, ik kan wel genieten van een mooie film of mooi boek. Verder wandel ik graag en ik ga ook graag naar musea.”

Altijd in je jurk?

,,Het is een rok, een jasje en een omslagdoek. Allemaal losse delen om niet gehecht te raken aan kleding. Daarom scheren we ook ons haar. Om er niet aan gehecht te raken en om geen gedoe te krijgen tussen mensen met mooie en minder mooie kapsels. Ik draag mijn tenue zo veel mogelijk, maar soms kies ik er voor om algemene kleding te dragen. Zo moest ik laatst dwars door een tippelzone. Om de hele boeddhistische gemeenschap niet in opspraak te brengen, kies ik er dan voor mijn bordeauxrode tenue niet te dragen. Die rode kleur is bij de Tibetaanse traditie gaan horen omdat er destijds geen andere kleur beschikbaar was. De kleurstof werd gemaakt met saffraan.

Krijg je veel commentaar?

,,Hier in Wildervank is men er wel aan gewend maar in Veendam krijg ik nog wel eens opmerkingen naar mijn hoofd geslingerd. Mensen fluisteren dan keihard: ‘Kiek, ’n vent met ’n jurk.’ Laatst riep iemand heel hard ‘homo’ vanuit een auto. Misschien gaat de gedachtegang dan via mijn tenue naar travestie en dan naar homofilie. Het is nogal gegeneraliseerd, maar het stoort me verder niet. Misschien is men bang voor het onbekende. Of verwacht men dat ik ze probeer te bekeren. Om de drempel te verlagen en geïnteresseerden te informeren ga ik in oktober een open dag organiseren.”


Auteur

Redacteur