Laura Mijnders | Talkshow

ZUIDBROEK

Ik hoefde er niet lang over na te denken. Een week later stond ik ‘s avonds op het station. De warmte overviel me. Mijn handen waren klam, trilden. Op weg zijn naar een bepaalde plek zijn voelt op de een of andere manier altijd alsof je iets anders ervoor moet laten.

Ik keek naar een meisje van een jaar of vier dat een grote zwartharige hond achter zich aan over het perron sleepte. Ze probeerde opzichtig haar oma te ontwijken, – maakte er een spelletje van – terwijl oma het meisje herhaaldelijk een verfrommeld cakeje probeerde toe te steken. Ik had ze vaker samen gezien in het dorp. Het meisje was het meest optimistisch, de hond het meest gelaten. De moeder van het meisje zuchtte het vaakst.

Ik nam plaats op een bankje, herhaalde in gedachten wat ik zou willen zeggen die avond. Bedacht hoe ik erbij zou kunnen kijken, hoeveel verliezen mijn blik zou mogen verraden. Het meisje stond nu schuin voor mij stil. Ik negeerde haar, bleef steken in mijn eigen herhaling.

Na een tijdje ongegeneerd staren leek het meisje het aan te durven en trok ze zachtjes aan mijn shirt.

,,Mag ik naast je komen zitten?"

Ik bekeek het scheefgezakte kroontje op haar hoofd, verwelkomde de onderbreking. ,,Natuurlijk. Prinsessen mogen altijd naast mij komen zitten." Ik schoof wat op, het meisje kwam dichter dan een volwassene zou durven, naast mij zitten. ,,Hoe heet u mevrouw?" Haar moeder, die aan de andere kant van het bankje zat, keek niet op of om. Ik zou haar zo kunnen meenemen, zonder dat haar familie lang naar haar zouden zoeken. Ze zouden gewoon een nieuw meisje nemen.

,,Laura. En jij?"

,,Gina." Ze schopte haar benen op en neer in de lucht.

We brachten zeker tien minuten in stilte door, een intiem moment tussen twee onbekenden, zoals je dat alleen met kinderen kunt hebben. Mijn lichaam ontspande zich, mijn handen trilden niet meer. Had ik het dan toch mis? Voelt het altijd zo wanneer je kinderen in je buurt hebt?

De treindeuren zwiepten piepend open. Gina liet zich van het bankje afglijden, gaf het leren koord met daaraan de hond aan oma. Ik bekeek het afscheidstafereel van de vrouwen, hoopte stiekem dat Gina weer naast me zou komen zitten.

Terwijl ik plaatsnam bij het raam, zag ik tot mijn spijt dat Gina’s moeder haar naar een volgende coupé loodste. Je kunt veel missen zonder het volledig te kennen.

In Groningen besloot ik geen bus te pakken, maar de afstand lopend af te leggen. Van veraf zag ik dat de eerste mensen zich al bij de deuren hadden verzameld. Ik gaf ze een hand, liep semi-zelfverzekerd tussen de rijen stoelen door.

Tijdens de talkshow sprak ik met vaste, rustige handen. Ze waren niet klam meer, hingen gewoon droog naast mijn lichaam. Ik dacht aan Gina, aan ingrijpende ontmoetingen, de momenten waarop je het gevoel hebt dat het er werkelijk toe doet.


Auteur

Redacteur