Nienke van Leijden (harp) & Elisabeth Hopman (fluit) in Huis voor de Kunst

Veendam

Schitterende muzikale juweeltjes worden tijdens dit kamermuziekconcert op 10 april aaneengeregen door Elisabeth Hopman (fluit) en Nienke van Leijden (harp). Een aaneenschakeling van briljante componisten uit verschillende tijdsperioden en dito werken zullen de ware liefhebber ieder moment aangenaam verrassen.

Nienke van Leijden begon op negenjarige leeftijd met harp spelen. Haar eerste fase studie deed Nienke aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en in 2001 behaalde ze haar tweede fasediploma aan de Fontys hogeschool in Tilburg, bij Ernestine Stoop. Naast haar studie volgde Nienke diverse masterclasses in binnen- en buitenland. Nienke heeft samen met beeldend componist Clemens Krijger het boek Ratatouille uitgegeven. Hierin staan naast voordrachtstukken voor harp prachtige illustraties van Jon Brandes. Op dit moment heeft Nienke verscheidene privé leerlingen in Drenthe en omgeving en speelt ze als vaste harpiste in het Veenkoloniaal Symfonie Orkest (VKSO). Daarnaast geeft Nienke regelmatig concerten in samenwerking met diverse koren en gelegenheids- ensembles door heel Nederland. Elisabeth Hopman studeerde fluit aan het Conservatorium in Groningen. Zij behaalde vervolgens het tweede fase diploma in Tilburg. Daarnaast verrijkte Elisabeth haar fluitspel door het volgen van masterclasses en zomercursussen bij diverse nationale- en internationale docenten. Elisabeth is als eerste fluit verbonden aan het Veenkoloniaal Symfonie Orkest (VKSO) en het Hineni Symfonie Orkest. Daarnaast remplaceert zij bij diverse orkesten waaronder het Noord Nederlands Orkest. Als kamermusicus is Elisabeth te beluisteren bij dwarsfluitkwartet Fluitique en ook in combinatie met o.a. harp of piano. Elisabeth wordt regelmatig gevraagd als solist bij concerten van orkesten, koren, kerkdiensten, cd-opnames en tv-opnames. Zij trad o.a. op in Zwitserland, Oostenrijk, Zuid-Afrika en Israël. Elisabeth heeft een eigen dwarsfluitlespraktijk in Assen.  

Auteur

Bram Hulzebos